1ste Kirchröadsjer HerreSitzungsverain

Algemeen

De 1ste Kirchröadsjer HerreSitzungsverain[1] wordt op 3 september 1994 in Kerkrade opgericht. Het doel van de vereniging is (hoe kan het anders) van carnavalistische aard waarbij de Herrezietsóng centraal staat.

Voorzitters

Herresitzung

De oorsprong

Voor het definieren van het begrip Herrezietsóng moet eerst gekeken worden naar de gemeenschap in de 19e Eeuw in het gebied tussen Maastricht en Keulen.

Na de val van de handelsgilden in het begin van de 19e Eeuw, wordt het mogelijk voor mensen om een eigen vereniging op te richten. De eerste verenigingen die opgericht worden, mogen maximaal 1 jaar bestaan. Na dat jaar moeten zij opnieuw opgericht worden. Deze heroprichting moet goedgekeurd worden door de lokale autoriteiten. Wanneer dat niet het geval is, houdt de vereniging op te bestaan. Het is carnavalsverenigingen alleen toegestaan te bestaan tussen 1 januari en as-woensdag van datzelfde jaar. Omdat de verenigingsleden in die tijd, per definitie mannen zijn, kan er van uitgegaan worden dat de eerste Herrezietsónge niks anders zijn dan ledenbijeenkomsten van de vereniging.

Zoals het ook vandaag de dag de bedoeling is bij carnavalsverenigingen om vreugde en plezier uit te dragen, worden de eerste bijeenkomsten van de verenigingen steeds vrolijker en grappiger. Uit deze ontwikkeling groeit de carnavalistische Herrezietsóng zoals die tegenwoordig gehouden wordt.

De Eerste Bijeenkomsten

Voor deze feesten worden ceremonien vastgesteld. Zo wordt het verenigingsbestuur als Raad van 11 op het toneel geplaatst, wordt de büteredner in een ton geplaatst en verplicht de Raad van 11 zich een narrenkap te dragen. Aan de actieve leden en sponsoren worden ordes uitgereikt en begroet men elkaar met diverse narren-groeten als Alaaf en Helau.

De narrenkap als hoofddeksel stamt van oorsprong uit Keulen. De invoering daarvan gebeurt door de pruisische Generaal-Majoor Baron von Czettritz und Neuhau. Op de Algemene Ledenbijeenkomst van het Festordnenden Komites in Keulen op 14 januari 1827 spreekt hij de woorden: Gelijke Monnikken, Gelijke Kappen om niet-leden beter te kunnen herkennen en de deur te wijzen.

In verschillende krante-artikelen is gedocumenteerd dat bij de sittingen, op zijn minst sinds de tweede helft van de 19e Eeuw, alle uitingen van de huidige zittingen ook al gebruikt worden. Zo worden ook in die jaren reeds de büterednere, zangers en zanggroepen, een prins carnaval en de stadsgarde ten tonele gevoerd. Uit de Illustrierten Zeitung in Leipzig uit 1862 is een tekening bekend van een Herrezietsóng uit dat jaar.

Een nuttige traditie die op gegeven moment verdwijnt, is het laten zakken van een grote narren-kap. Deze mansgrote kap, dezelfde kap zoals de leden van de Raad van 11 en de bezoekers in de zaal die dragen, hangt boven de spreker, de büteredner. Wanneer de voordracht van de spreker begint te vervelen, kan de Raad van 11 de narrenkap over de spreker laten zakken waardoor hij in het spreken gehinderd wordt en dus zijn voordracht gestopt wordt.

Ontwikkeling

In Keulen bestaan, voor wat zittingen betreft, na de oprichting van het Festkomites des Kölner Karnevals in 1823, alleen maar Herrezietsóngen. Pas vanaf 1880 worden daar ook vrouwen toegelaten.

Het organiseren van deze zittingen heeft zich in de eerste helft van de 20e Eeuw uitgebreid tot het gebied tussen Maastricht en Keulen. De carnavalistische waarde van deze zittingen verschilt van bijeenkomst tot bijeenkomst, van organisator tot organisator. De grote opleving van deze zittingen gebeurt pas na de Tweede Wereldoorlog.

Verder

Referenties

Indien de bron van (delen van) bovenstaande informatie bekend is, is dit hier beneden vermeld.

  1. http://www.khsv.nl/ dd 19-12-2016
  2. mail vd vereniging dd 19-12-2016