Pothast, Bernhard

Uit KGV
(Doorverwezen vanaf Bernhard Pothast)
Ga naar: navigatie, zoeken

Bernhard Pothast wordt in 1824 op 7 october te Sittard geboren en hij overlijdt op 13 maart 1904.

Hij is muziekleraar te Rolduc. De Bernhard Pothaststraat is naar hem vernoemd. Op gegeven moment schrijft hij de muziek voor een uitvoering van de Matheus Passion. Deze muziek wordt later uitgevoerd en op een L.P. uitgegeven. Ter gelegenheid van deze uitgave schrijft Directeur J.J. Stassen, op dat moment Directeur van Rolduc, onderstaande levensbeschrijving van Bernhard Pothast.

Bernard Pothast werd op 7 october 1824 te Sittard geboren als zoon van de hoofdonderwijzer Jean B. Pothast en Anges Dunckel. Toen hij 10 jaar oud was, zong hij al in het koor van de St. Petruskerk. Zijn vader dirigeerde dit koor en van hem kreeg hij ook zijn eerste muziekonderwijs. Anno 1839 ging Bernard naar Rolduc. Na de lessen van zijn vader kreeg hij nog pianoles van Renier. Toen Bernard ook nog vioollessen wilde nemen, werd hem dit door zijn familie tegengemaakt omdat men de viool een te profaan instrument vond. Hij zette toch door en had als leraar Groschel. Reeds voor zijn 15e jaar speelde hij in het Sittardse Stadsorkest dat onder leiding stond van notaris Engelen. In Rolduc kreeg hij aanvankelijk weinig begeleiding, maar eenmaal ontdekt door de muziekleraar Mansion, werd hij opgenomen in het Rolducse orkest. Sinds 1840 gaf hij zelf vioolles en in datzelfde jaar begon hij met zijn komposities: een solopartij voor sopraan met koorbegeleiding, Brumstimmen. In 1841 komponeert hij al een driestemmige Mis, met orgelbegeleiding. Hij is er zich van bewust dat hij de harmonieleer onvoldoende beheerst. Niettemin wordt hij in 1843, nog student zijnde, Directeur de Musique. In 1848 wordt hij tot priester gewijd. Voor die gelegenheid heeft hij een meerstemmige Mis gekomponeerd. Hij gaat daarna 2 maal per week les nemen bij de organist van de Dom te Aken, Zimmers, die hem laat studeren aan de hand van de grote meesters, met name Händel. Ieder jaar verschijnen er komposities en hij legt ze voor aan de groten van zijn tijd, eerst aan Reissiger, de eerste kapelmeester van de koning van Saksen en later aan Oberhoffer, een Luxemburgse professor in de muziek. Hij komponeert Missen, muziek voor de Opera Joseph in Egypte, een Te Deum en in 1855 het aan iedere Rolducien bekende Adieu Rolduc. Op 30 mei 1857 ontmoet hij Liszt in Aken. Pothast legt hem enkele komposities voor en de muziek wordt door Liszt bijzonder gewaardeerd. In 1864 komponeert hij twee passies, volgens Mattheus en Johannes. De eerste is de passie, die op deze grammofoonplaat werd vastgelegd. In 1873 schrijf hij muziek voor het passieverhaal volgens Lucas en Marcus. In 1875 volgde de toonzetting van de koren van Athafie een drama van Racine, in 1878 Lodewijk XVII, het jaar daarop Drei Könige en in 1883 De twee gebroeders. In 1898 verlaat Pothast Rolduc en gaat wonen bij zijn twee zusters in Sittard. Hij sterft in 1904.
Bernard Pothast was een gevoelige man die met scrupuleuze nauwkeurigheid zijn belevenissen in dagboeken vastlegde. Dit deed hij ook met zijn muzikale aktiviteiten en ervaringen. Hij noteerde niet alleen zijn eigen komposities, maar ook uitvoeringen die hij had bijgewoond en door wie ze gedirigeerd werden. De Mattheuspassie bleef het meest bekend omdat ze per traditie op Palmzondag te Rolduc werd uitgevoerd. Pothast ging uit van het lijdensverhaal zoals dit door drie geestelijken op Palmzondag in het Gregoriaans gezongen werd. De stem van het volk, of van een groep, werd ook bij de uitvoering in het gregoriaans soms vertolkt door een koor. Deze teksten werden door Pothast bewerkt voor een vierstemmig koor. Het is een tekstgebonden religieuze muziek waarin Pothast verraadt dat hij een kind van zijn tijd is; zowel het pathetische als het gevoelig meditatieve is erin aanwezig. Men hoort het agressief reagerende volk bij het: Reus est mortis? Hij is des doods schuldig? en een uitdagend sarrende toon bij het: Prophetiza nobis, Christe, quis est qui te percussit? Laat ons nu eens horen, Christus, wie U geslagen heeft? Ingekeerd en overdenkend klinkt de tekst: Vere Filius Dei erat iste? Waarlijk deze was de Zoon van God. De tekstgebonden en gevoelige interpretatie zoals in de aangeboden uitvoering te beluisteren is, ademt de geest van de uitvoering te Rolduc. Wij zijn er ons van bewust dat dit historisch muzikale dokument niet in de markt ligt. Het sobere en aangrijpende relaas van Christus lijden en dood is een gegeven om te beluisteren en te overwegen. Als hulp voor niet Latinisten werd een vertaling bijgevoegd, die de latijnse tekst op de voet volgt.

Nadere informatie over Bernhard Pothast is te vinden bij onderstaande bronnen:

  • artikel van Lou Spronc uit het boek Sittardse Cultuurdragers, ISBN-9080530514 info: KB, Prof. dr. Timmerstichting, Sittard 1999
  • artikel Bernard Antoine Pothast in Rolducs jaarboek 1926 geschreven door A. van de Venne, van 1920 tot 1940 Directeur van Rolduc.