Galerij

Dit is een horizontale ondergrondse gang vanaf een schacht. Deze zorgt voor de verbinding van de schacht met een kolenader. De duitse term voor Galerijbouw is: Stollenbau.

het maken van een galerij

Het drijven van steengalerijen is een slopend en moeizaam werk. Met de komst van mechanische hulpmiddelen op deze zogenaamde steenposten wordt deze arbeid niet alleen lichter, maar ook efficienter verricht.

In de primitieve mijnbouw, wanneer hamer en beitel nog de belangrijkste werktuigen van een houwer zijn, worden in de gesteente- of ertsgangen eerst groeven gekapt in diagonale vorm. Vervolgens worden de vierkanten hierin weggekapt. Om het gesteente enigszins bros te maken wordt het witgloeiend gestookt en vervolgens met water afgekoeld. Na de uitvinding van het buskruit wordt dit werk een stuk gemakkelijker en sneller uitgevoerd. Men begint met het maken van boorgaten, waarin explosieven en stofbestrijdende waterpatronen aangebracht worden. Vervolgens schiet men de rots los en besproeit men hem met water om de steenstofvorming zo gering mogelijk te houden. Daarna werpt men het stukgeschoten gesteente in de mijnwagens. Op deze manier ontstaat uiteindelijk een vaak kilometers lange gang dwars door de steenrots. Haaks op de steengalerijen worden zijgangen, zogenaamde steengangen, aangelegd in de richting van de kolenhoudende lagen. Vanuit een steengalerij of -gang kunnen verder een zogenaamde steenhelling (een hellende gang in het gesteente) en een steendaling (een dalende gang in het gesteente) worden aangelegd om een koollaag die schuin boven of onder een verdieping ligt te ontsluiten. Verder kent men op- en neerbraken als verticale verbindingen tussen twee verdiepingen of van een verdieping naar een tussenverdieping. Met een opbraak wordt een laag boven een verdieping ontsloten, met een neerbraak een laag beneden de verdieping.

Galerijen als verbinding

Veel Limburgse mijnen staan ondergronds met elkaar en met Duitse mijnen in verbinding door middel van steengangen. Zo zijn alle Oranje-Nassaumijnen met elkaar verbonden, evenals de Hendrik met de Emma. Vanuit de Emma kan men sinds 1947 vervolgens door een dertien kilometer lange gang verder naar de Maurits en van daaruit naar de grens met Duitsland. Laura en Julia hebben verbindingen op drie plaatsen: op de 365-meter verdieping (gerealiseerd in 1941 en 1967) en de 550-meter verdieping (per 1959). Verder loopt er sinds 1942 een verbindingssteengang vanaf de Julia via de Duitse Langenberg tot aan de Steinknipp. Tussen de Wilhelmina en de Domaniale Mijn is er een verbinding op de 331-meter verdieping, welke tevens toegang biedt tot een deel van de Oranje-Nassau. De verbindingspunten tussen twee mijnen zijn beveiligd door tussendeuren, omdat onder alle omstandigheden vermeden moet worden dat ventilatiesystemen met elkaar in contact kwamen. Scheidingsmuren tussen twee mijnen hebben een minimale dikte van 50 meter.