Gedachteniskapel mijnwerkers

Gedachteniskapel.jpg

De Gedachteniskapel van de Mijnwerkers was in 1949 aanvankelijk gebouwd als lijkenhuisje (mortuarium) van Staatsmijn Wilhelmina. Hier werden de tijdens hun werkzaamheden op de mijn dodelijk verongelukte mijnwerkers tijdelijk opgebaard. Op de gedenkmuren buiten en de gedenkplaten binnen de kapel, staan de namen vermeld van 1455 mijnwerkers die in de Limburgse mijnen in de periode 1852-1975 het leven lieten. De kapel is te vinden aan de Casinolaan 15 in Landgraaf, nét over de grens met Kerkrade-Terwinselen.

Dankzij het feit dat het voormalig mortuarium na de sluiting en vervolgens sloop van de mijn door de PLEM (Provinciale Limburgse Electriciteits Maatschappij, tegenwoordig Essent) als transformatorhuisje in gebruik wordt genomen blijft het gebouwtje behouden. Het mortuarium is opgeknapt en omgebouwd tot kapelletje dankzij financiële steun van o.m. aan het mijnbedrijf gelieerde bedrijven DSM/FSI, Oranje-Nassau Groep en Laura Fonds.

In de kapel bevinden zich vier gebrandschilderde glas-in-lood ramen die door oud mijnwerker Ger Bäumler (1930-2003) uit Landgraaf zijn vervaardigd. De beeltenis van St. Barbara heeft oorspronkelijk in het O.V.S.-gebouw van Staatsmijn Emma gestaan, maar is na de sluiting in privé bezit gekomen van de familie Senden uit Kerkrade. Het beeld is vervaardigd door oud-mijnwerker Sjef Drummen (1922-1996). Het smeedijzeren kruis, vervaardigd door de heer Mennes uit Simpelveld, is het kruis dat van origine in het lijkenhuisje heeft gestaan. Na de sluiting is het terecht gekomen in de kleine St. Jan van Hoensbroek, waar het tot aan de opening van de Gedachteniskapel heeft gestaan.

De Gedachteniskapel van de Mijnwerkers wordt op 8 december 2002 officieel in gebruik genomen en door Bisschop Frans Wiertz van Roermond ingezegend.


Afbeeldingen