Heerlijkheid

Dit is een gebied, in eigendom van een leenman of vazal die trouw gezworen heeft aan de koning, de leenheer. De meeste leenmannen gedragen zich door de geringe controle door de leenheer, als kleine vorsten. Deze encyclopedie beperkt zich in historische zin tot de volgende Heerlijkheden:

  1. Kerkrade
  2. Terheide en Blijt
  3. Wenselen

De eigendommen van een leenheer worden allodiale goederen genoemd, persoonlijke bezittingen, waarover de eigenaar de vrije beschikking heeft. Dit, in tegenstelling tot leengoederen. Een Heerlijkheid heeft in het verleden grote invloed gehad op de ontwikkeling die een gebied doormaakt. Wie heer van een Heerlijkheid is, bepaalt wie schout, schepen en de secretaris van de schepenbank is en op die manier de manier waarop in de Heerlijkheid recht gesproken wordt.

Voor 1798 is de Schout-Ambacht een rechtsgebied op het platteland. Hier zorgt de schout namens de landsheer voor de rechtsbedeling. In België is Schout-Ambacht de naam van het 13e Eeuws gilde in Vlaanderen, dat betrokken is bij de export.

Zie ook: