Kaanen, Mathias

Op 11 juni 1939 raakt hij betrokken bij vechtpartij tijdens de sacramentsprocessie van dat jaar. Het incident is tekenend voor de Duits-Nederlandse relatie op de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. Het incident wordt uitgebreid beschreven in het boek Kerkrade en de Tweede Wereldoorlog.

Politieman Kaanen begeleidt met collega Morsink de sacramentsprocessie die vanaf de Heyendallaan, de Nieuwstraat, richting Holzstraat loopt. Tot aan de Holzstraat is de Nieuwstraat Duits grondgebied. Alleen een trottoirstrook aan de noordkant is Nederlands. De route gaat op het kruispunt van de Holzstraat weer over op Nederlands gebied. Reeds een aantal keren is de processie op deze kruising zonder problemen door de versperring weer de Holzstraat op gegaan.
Er ontstaat een worsteling tussen een douanier Georg Held in burgerkleding en een onbekend gebleven Bleijerheidenaar, wanneer deze laatste vlak voor de processie nog even de grens wil oversteken. Kaanen beslecht het gevecht. In de nasleep van het incident wordt dit door de Duitse authoriteiten hoog opgespeeld. Zij eisen genoegdoening, schadevergoeding en smartegeld. De Nederlandse authoriteiten op lokaal niveau proberen Kaanen te steunen. Minister De Visser van Justitie maakt zich meer zorgen over de effecten van dit incident in Berlijn dat hij de schuldvraag bij Mathias Kaanen legt. De schadevergoeding (fl 153,00) wordt middels een termijnbedrag maandelijks op zijn salaris ingehouden.

Mathias wordt in datzelfde boekwerk nog een keer genoemd op pagina 94 waar een rapport van hem te lezen is aan de Commissaris van Politie. Naar aanleiding van een anonieme tip van een NSB-er, doet hij eind maart 1943 onderzoek naar het werkzaam zijn van twee Joodse meisjes, genaamd Trompetter, in het Smulhuis aan de Bleijerheiderstraat nr. 17. Zijn onderzoek stelt dat de Margarretha en Gesina Trompetter beiden niet-Jood zijn.