Kolbe, Maximiliaan Maria

Inhoud

Maximiliaan Maria Kolbe OFM Conv,

Zijn oorspronkelijke naam is Rajmund Kolbe. Hij wordt in Zdunska Wola (Polen) geboren op 8 januari 1894 en hij overlijdt in Auschwitz op 14 augustus 1941. Hij is een Pools Franciscaans Conventueel, katholiek priester en martelaar die vanwege journalistieke verzetsactiviteiten gevangen wordt gezet in het nazi-concentratiekamp Auschwitz I, alwaar hij overlijdt.

In Kerkrade is de Pater Kolbeweg naar hem vernoemd. Ook het voormalige verenigingsgebouw aan de Kapelweg draag de naam Kolbe-gebouw.

Levensloop

Nadat Kolbe in 1906 de handelsschool gaat volgen, verlaat hij deze al in 1907. In dat jaar treedt Kolbe in bij de Franciscanen en vertrekt naar het Franciscaanse klein-seminarie in Lviv. Tijdens het drie jaar durende verblijf in deze onderwijsinstelling wordt Kolbe toegelaten tot het noviciaat. Hij neemt dan zijn kloosternaam Maximiliaan Maria aan. In 1912 studeert hij korte tijd in Kraków, maar wordt al gauw naar Rome gestuurd om er filosofie en theologie te studeren. Met allerheiligen 1914 legt hij de eeuwige geloftes af en in 1918 volgt zijn priesterwijding. In 1919 beëindigt de inmiddels tweevoudige doctor zijn universitaire studies in Rome.

Zijn zeven jaren in Rome hebben grote invloed op Kolbe. Hij wordt er geconfronteerd met de worsteling van de Rooms-Katholieke Kerk met het modernisme en de secularisatie. Maximiliaan Maria zoekt zijn persoonlijke antwoord hierop en richt eind 1917 de Militia Immaculatae op, de "soldaten van de Onbevlekte", die een "morele kruistocht tegen de zonde" moeten gaan voeren. Zij spannen zich in voor de katholieke jeugd en pers. Kolbe plaatst een geloofsoffensief onder leiding van Maria-Onbevlekt-Ontvangen tegenover het defensieve beleid van de wereldkerk. In zijn publicaties veroordeelt Kolbe de Vrijmetselarij, het Communisme, het Zionisme en het kapitalisme.

In 1919 vertrekt Kolbe weer naar het inmiddels onafhankelijk geworden Polen om als professor filosofie en kerkgeschiedenis aan het Franciscaanse seminarie van Krakau te doceren. In 1921 neemt hij in Krau zijn journalistieke bezigheden weer op en start het maandblad "Rycerz Niepokalanej" ("Ridders van de Onbevlekte"), sinds 1922 zet hij deze activiteiten voort vanuit Grodno. Uiteindelijk sticht hij ten westen van Warschau een eigen aan Maria gewijde "stad" Niepokalanów (letterlijk: "onbevlekt"). Het bevat naast een klooster ook pers- en conferentiecentra, onderwijsinstituten, een treinstation en vliegveld.

Tussen 1930 en 1936 werkt Kolbe in Azië, met name in het Japanse Nagasaki, in China en India om zijn "Ridders van de Onbevlekte" ook in die landen onder de aandacht te brengen. Na zijn thuiskeer in 1936 wordt hij de gardiaan van Niepakalów. Dit Poolse klooster is een bloeiend centrum van katholieke media en telt in 1939 bijna 800 bewoners en is daarmee het grootste klooster ter wereld. Na de Duitse inval herbergt het klooster zo'n 3000 vluchtelingen, waarvan tweederde joods is. Pater Kolbe spoort zijn medebroeders aan te volharden in het verspreiden van anti-naziboodschappen via de eigen radio en drukpers. Enkele dagen na de bezetting van Niepakalów in september 1939 worden hiervoor meer dan dertig Franciscanen gearresteerd, waaronder ook Kolbe. Na drie maanden komt Kolbe vooralsnog vrij. Hij hervat zijn werkzaamheden en valt de Nazi's door zijn radio-uitzendingen en kranten hevig aan. Deze media-uitingen worden dan ook verboden. Ondertussen geeft hij in de "Stad van de Onbevlekte" ook onderdak aan vervolgden. Zo vangt hij vele duizenden burgers uit Binnen-Polen op, waaronder 2000 Joden. Op 17 februari 1941 wordt Kolbe door de Gestapo ingerekend en naar Warschau overgebracht. Sinds mei 1941 zit Kolbe in het nazi-concentratiekamp Auschwitz I. Na een vermeende ontsnappingspoging van een gevangene uit de barak van Kolbe worden tien mannen veroordeeld tot de hongerdood in een bunker. Kolbe biedt zich aan als plaatsvervanger voor een vader van twee kinderen. Het tiental wordt op 31 juli 1941 ingesloten; nadat op 14 augustus nog steeds vier mannen, waaronder Kolbe, in leven zijn, krijgen deze een dodelijke injectie met fenol.

Paus Paulus VI spreekt Maximiliaan Maria Kolbe op 17 october 1971 zalig. Op 10 october 1982 verklaart Paus Johannes Paulus II Kolbe tot martelaar en spreekt hem heilig. Kolbe geldt als beschermheilige tegen drugsverslaving en is patroon van de journalistiek en de mobiele telefonie. Zijn gedachtenis is steeds op 14 augustus.