Kultuurkamer

Uit KGV
Ga naar: navigatie, zoeken

De Nederlandsche Kultuurkamer is een door de Duitse bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog ingesteld instituut, waar iedereen die het vak van kunstenaar, schrijver, muzikant of podiumartiest uitoefent, zich bij dient aan te melden.

In Duitsland zelf is op 22 september 1933 de Reichskulturkammer opgericht door Joseph Goebbels, destijds "Reichsminister für Volksaufklärung und Propaganda".

De Kultuurkamer wordt op 25 november 1941 bij verordening door de Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche Gebied, Arthur Seyss Inquart, in het leven geroepen. Zij zal bestaan uit 6 gilden:

  1. Filmgilde
  2. Gilde voor Bouwkunst, Beeldende Kunsten en Kunstambacht
  3. Gilde voor Theater en Dans
  4. Letterengilde
  5. Muziekgilde
  6. Persgilde

De Nederlandsche Kultuurkamer moet ten dienste staan van de nationaal-socialistische ideologie, met als trefwoorden: nationalistische instelling, verbondenheid met land en volk, historisch besef, uitbannen van alle ontaarde, ongezonde, onnatuurlijke creativiteit, een positief-Germaanse houding. Aanmeldingen door Joden (zij die twee of meer Joodse grootouders hadden) of 'Joods-vermaagschapte' personen (zij die met personen van Joodse afkomst getrouwd waren), worden in beginsel niet geaccepteerd, hoewel de president van de Kultuurkamer ontheffing van die bepaling mag geven. De noodzaak van de Nederlandsche Kultuurkamer wordt verwoord door haar president Goedewaagen:

De nieuwe ordening, waar wij nu aan toe zijn, houdt in, dat de kultuurwerker weer een deel van het volk wordt.

In nationaal-socialistische kring wordt breed gevoeld dat de West-Europese kunstenaar na de Franse Revolutie steeds meer van zijn eigen volk vervreemd is geraakt. De kunstenaar is sindsdien zijn eigen weg gegaan, een weg die hem steeds verder wegvoert van de volksgemeenschap. De Nederlandsche Kultuurkamer beoogt de kunstenaar terug te voeren naar die volksgemeenschap. Het Nederlandse overheidsbeleid is sinds het midden van de 19e Eeuw ten aanzien van de kunst is gebaseerd op Thorbecke's uitlating: 'Kunst is geen regeringszaak'. De nationaal-socialisten denken daar anders over. Zij maken kunst tot regeringszaak.