Maria Oord

Markt-ansicht-0000-d.jpg
Fb-kapellaan-jaren40-petertrompetter-20151230.jpg
Maria-oord.jpg

Onderstaande tekst[1][2][3][4][5][6] die een aantal zaken rondom het Maria-oord (24 mei 1859 - 18 october 1971) beschrijft is met toestemming van de auteur (en medewerker van KGV, Ger Habets) overgenomen uit het boekwerk Kerkrade Onderweg deel 7 dat eind November 2003 gepresenteerd wordt. De tekst is ingekort en enigszins aangepast om binnen de criteria van deze encyclopedie te blijven.

GeoInfo

Algemeen

Een bejaardencentrum uit vroegere dagen, een combinatie van "De Hambos", "de Lückerhei" en "Firenschat". Een opvanghuis voor daklozen en een "thuis" voor hen die geen thuis hadden.

Lopend vanaf de Markt naar de mannen-ingang aan de linkerzijde van de St. Lambertuskerk (de vrouwen-ingang ligt rechts, aan de kant van het ziekenhuis) passeert men eerst een viertal kapelanieën, om uiteindelijk bij de ingang van het Maria-oord aan te komen, die helemaal in de hoek van het gebouw verborgen liggen. Men moet om binnen te komen een dubbele deur passeren, waarvan de eerste meestal open staat. Voor de tweede deur moet je, nadat je gebeld hebt, even wachten om zuster-portier de gelegenheid te geven de deur te openen. Een doordringende blik van haar is meestal voldoende om iemand binnen te laten: ze kent haar klanten, zowel bewoners als buitenstaanders. Veel aanloop is er natuurlijk niet, hoofdzakelijk zijn het de leveranciers van de dagelijkse levensbehoeften die aan de deur komen en de bewoners die een ommetje gemaakt hebben. Bezoek komt er zelden.

Wat er aan vooraf ging

Daartoe aangespoord door deken Quodbach vragen de zusters Ursulinen van het klooster in Sittard, op 19 januari 1857 toestemming aan het gemeentebestuur om in Kerkrade een meisjesschool te mogen oprichten. Op 5 februari van dat jaar verleent het college van B & W vergunning tot "oprigting eener bijzondere meisjesschool in het dorp Kerkrade". "Twee religieusen zullen daar les geven in het Nederduits, Hoogduits en Frans, in de godsdienstleer, het rekenen en schrijven alsmeede in, voor meisjes meest noodzakelijke handarbeid". Dit onder voorwaarde van goedkeuring door GS welke echter reeds op 6 maart wordt verleend. Dan wordt het kennelijk menens want op 2 april vraagt deken Quodbach toestemming aan het kerkbestuur om op een stuk tuinland bij de kerk een schoollokaal te mogen "daarstellen". Dit "uit eigen middelen" dus zonder kosten noch voor het kerkbestuur noch voor de gemeente. Die toestemming komt er en de bouw van de school gaat van start en op zondag 24 mei 1859 kan deken Quodbach de zusters, die het allemaal moeten waar maken, tijdens de hoogmis welkom heten.

De zusters zelf vinden een onderkomen in de oude kosterswoning die bouwvallig is geworden. Het duurt dan acht jaar, tot 1867, voordat moeder Aloysia de tijd rijp acht om aan een waardiger onderkomen te gaan denken. Het nieuwe klooster, Maria-Hilf geheten, wordt in 1869 voltooid. In 1891 bouwt Moeder Thérèse een nieuwe vleugel aan Maria-Hilf met cellen en dienstvertrekken en zes ruime luchtige schoollokalen. Deze vleugel ligt dan haaks op de St. Lambertuskerk. In de beginjaren van de 20e Eeuw is de bevolkingsaanwas, door de opkomst van de mijnindustrie, oorzaak van een explosieve groei van het leerlingen-aantal. Hierdoor ontstaat behoefte aan zowel een grotere school als aan decentralisatie. In 1919 verwerven de zusters een "open" terrein aan de Onze Lieve Vrouwestraat en treffen voorbereidingen om daar te zijner tijd een nieuwe school en klooster te gaan bouwen en te verhuizen. In Bleijerheide en Eygelshoven is dan inmiddels een school en klooster gebouwd. Heeft de R.K. Werkliedenvereniging zijn oog op Maria-Hilf laten vallen om er een gezellenhuis te openen of zoeken de zusters Ursulinen een koper voor hun klooster en meisjesschool nu zij binnen afzienbare tijd naar de Onze Lieve Vrouwestraat zullen verhuizen? Wie zal het zeggen, maar de activiteiten van dr. Verhagen, sinds 1919 Aalmoezenier Sociale Werken in Kerkrade, zullen daar in elk geval niet vreemd aan zijn geweest.

Als de zusters Ursulinen op 31 maart 1921 onder lichte drang van de R.K. Werkliedenvereniging verhuizen naar het klooster op de Holz, dat op dat moment nog niet helemaal klaar is, worden de gebouwen door genoemde vereniging in gebruik genomen als Volkshuis en Gezellenhuis "Ons Te Huis". De gebouwen worden beheerd door zusters Augustinessen. Het Gezellenhuis wordt op 13 november 1921 feestelijk geopend en plechtig ingewijd.

Langzaam begint bij de gemeente de behoefte te ontstaan aan een centrale huisvesting van "ouden van dagen". Het Burgerlijk Armbestuur, een gemeentelijke instelling die de zorg heeft over de armen van de Kerkraadse samenleving, acht niet alleen een centrale huisvesting van hun "klanten" belangrijk maar ook voor hen die nu nog van de ene zoon of dochter naar de andere moeten verhuizen, en dus eigenlijk ook geen eigen thuis hebben, zou het een uitkomst zijn. Reeds vaker is door de gemeente getracht dit probleem op te lossen. Onder andere is dit gebeurd door te proberen Oud Erenstein te kopen wanneer het gerucht gaat dat de "franse paters" naar Frankrijk terug gaan. Ook heeft men geprobeerd het klooster van de broeders Franciscanen te Bleijerheide voor dat doel te verwerven. Beide pogingen mislukken. In 1929 komt er een aanbod om "Ons Te Huis" te kopen.

De geboorte van het Maria-oord

Hoewel de zaak formeel nog niet rond is komen in Januari 1929 drie zusters van de Orde Zusters Dienaressen van de H. Geest alvast naar Kerkrade om, voorlopig nog even samen met de nog aanwezige zusters Augustinessen, de zorg op zich te nemen voor de ouden van dagen en andere hulpbehoevenden die het gebouw beginnen te bevolken. Het zijn de zusters Epifana, Suria en Ventura. In verband met het eventueel verstrekken van een lening door de gemeente aan de zusters, krijgt het hoofd van Bouw- en Woningtoezicht op 22 november 1928 de opdracht om de bestaande gebouwen, inventaris en bijbehorende grond op hun waarde te schatten. Hij komt uit op een waarde van om en nabij f 75.000,-- (€ 34.000). Het verstrekken van deze lening, groot f 45.000,-- (€ 20.400) staat op de agenda van de raadsvergadering van 17 januari 1929. Een en ander heeft nogal wat voeten in de aarde en de voorzitter moet in zijn pleidooi tot 1917 terug gaan toen een raadslid zich al afvroeg of het niet eens tijd werd "om te zorgen voor eene inrichting voor Oude van dagen". Sommige raadsleden vrezen voor onvoldoende bezettingsgraad en anderen vinden de locatie maar niks. Volgens de voorzitter hoeft voor de bezettingsgraad niet te worden gevreesd en vindt hij de locatie net prachtig. Volgens hem is "Ons Te Huis" voor de gemeente de meest geschikte en goedkoopste oplossing. Er is slechts een kleine verandering nodig (het aanbrengen van een lift) om de inrichting aan alle wensen te laten voldoen. Als er nog steeds raadsleden blijven tegenstribbelen werkt hij op hun gemoed door te stellen dat er al veel particuliere instellingen zijn die al onvoorwaardelijke schenkingen aan het tehuis hebben gedaan.

Ook wat betreft de omgeving is de voorzitter van mening dat die "met een beetje kosten heel aardig kan zijn na een paar jaar". De Schutterstraat wordt in zijn voorstel "tot aan den spoorweg aan den publieken dienst onttrokken" en in bruikleen afgestaan aan de "inrichting". Hij gelooft dat dan "ter plaatse prachtige gelegenheden zijn te maken met schoone vergezichten om uit te rusten door de verpleegden". Dat er wat misschien wat weinig tuin is, wordt niet als een probleem ervaren omdat "de oude lieden meestal binnenshuis vertoeven". De voorzitter zegt de gemeenteraad toe dat alle ouden van dagen, ook andersdenkenden en echtparen, in het tehuis kunnen worden opgenomen, met dien verstande dat Kerkradenaren voorrang hebben en van hen weer degenen die ten laste komen van het Gemeentelijk Arm Bestuur. Een uitzondering maakt hij voor paren die in concubinaat leven, zij zullen worden aangemerkt als alleenstaanden. Met alle gevolgen van dien. Uiteindelijk wordt het voorstel van B & W met 14 tegen 5 stemmen aangenomen en stelt het raadslid Ackens dat de f 45.000,-- "een gift uit de gemeente-buul" betekent.

Nu die lening rond is, komt alles in een stroomversnelling en worden de handen uit de mouwen gestoken. Op 19 maart 1929 worden de gebouwen eigendom van de orde en komen vier zusters (Zr. Joachima, Alberica, Consolata en Genesia) de al aanwezige drie zusters helpen. Aangezien de zusters Dienaressen van de H. Geest al sinds 1910 werkzaam zijn in het aanpalende ziekenhuis is het logisch dat zij ook zijn benaderd om de zorg voor het tehuis voor ouden van dagen op zich te nemen. Ook hier zal verplegen een hoofdtaak zijn en daar zijn de (missie-)zusters voor opgeleid. Zij gaan echter niet in het ziekenhuis wonen maar "in het tehuis, om steeds zo spoedig mogelijk bij de hand te kunnen zijn".

We laten Dr. Verhagen aan het woord die de inrichting en inzegening van het Maria-oord - een schoone stichting voor de ouden van dagen - in een artikel in de Zuid Limburger beschrijft en onder meer zegt:

Thans evenwel - op de dag der plechtige inzegening - is de aanmerkelijke verbouwing gereed, waardoor het geheel zich goed laat overzien. Op 24 augustus 1929 heeft de opening plaats. Voor velen komt dat een beetje plotseling, maar de reden daarvoor is dat, "de Eerwaarde Generaal-oberin van Steyl" toevallig een paar dagen in Kerkrade is. Voor een verslag daarvan volgen we weer dr.Verhagen:
In de eenvoudig, doch stemmig versierde kapel, werd hedenochtend om 10 uur een stille H. Mis van dankbaarheid aan God opgedragen. Celebrant was de Zeer Eerwarde Heer Deken W. van Ormelingen. Onder de aanwezigen waren: oud deken Franck, Dr. Poels, Dir. van de Venne, Prof. v.d.Mühlen, de parochiele geestelijkheid van de St. Lambertus parochie, verschillende heeren pastoors en kapelaans uit de gemeente, het voltallige college van Burgemeester en Wethouders met den secretaris Dr. Willemse en eenige raadsleden.

Na de vele gebruikelijke toespraken, waaronder als laatste dhr. Bäcker, namens de bewoners, is de plechtigheid ten einde. Volgens dr. Verhagen wonen er op dat moment circa 25 ouden van dagen en enkele "pension dames" in het Maria-oord.

Het beheren van een bejaardencentrum is ook in 1929 niet mogelijk zonder regelgeving. Dus is de Raad van toezicht (waarin zitting hebben: de Zeer Eerwaarde heer deken W. van Ormelingen, Prof v.d. Mühlen, Dr. A. Willemse, de Eerwaarde Zuster Overste van het huis, de burgemeester, wethouder Schings en het raadslid P. Austen) gehouden om het "Algemeen Reglement voor den Raad van Toezicht" na te leven. In dit reglement wordt onder andere vastgelegd hoe die raad is samengesteld, de zittingsduur van de leden, de benoeming van de voorzitter alsmede de taak van de raad. Tot die taak is onder meer te rekenen: het onderzoek van bewonersklachten en het vaststellen van de tarieven.

Dat het verblijf in het Maria-oord niet gratis is moge duidelijk zijn. De Raad van Toezicht heeft een uitgebreide prijslijst samengesteld voor de verschillende manieren waarop men wilt wonen. In die prijs is wel "bewassching en klein verstel" begrepen maar niet "dokter, apotheek, eventueele begrafeniskosten en nieuwe aanschaffingen". Het wordt de bewoners overigens aangeraden lid te worden van een begrafenisfonds.

Het dagelijkse leven in het Mariaoord

Het verblijf in het Maria-oord zal, ondanks alle goede zorgen van de zusters, niet uitgeblonken hebben van geriefelijkheid. Op de eerste plaats zijn de middelen die de bewoners ten dienste staan, materieel en immaterieel, zeer beperkt en op de tweede plaats kan het Huis ook geen bokkesprongen maken om het de bewoners bijzonder aangenaam te maken. Van de mobiele bewoners wordt zelfs verwacht dat zij hun steentje bijdragen in het "huishouden" en op die manier heeft iedereen zo zijn dagtaak.

Tussen 1945 en 1950 worden er in de kapel dagelijks twee Heilige Missen gelezen door de Weledele Heren Lumey, Fliervoert of Beel om 7.00 uur en om 7.45 uur. De dan stok-oude Dr. Verhagen, hij overlijdt in 1952 op 82-jarige leeftijd, leest nog om 8.15 uur een Heilige Mis op zijn eigen bijzondere en snelle manier.

De bewoners vormen in weze een afspiegeling van de onderste laag van de kerkraadse bevolking: het zijn de armsten der armen, soms geestelijk en/of lichamelijk gehandicapt, weeskinderen en zwervers zonder thuis. De zusters verzorgen hen allemaal. "Dat was pas echt missiewerk", zegt zuster Engelmunde over "de mooiste tijd van mijn kloosterleven".

Van half acht tot half negen is er gelegenheid voor ontbijt op een der eetzalen, mannen en vrouwen uiteraard gescheiden. Dan begint het geschuifel van de bewoners en ieder gaat daarna op pad om de hem of haar opgedragen taken te vervullen. De vrouwen veelal in de keuken of in de naaikamer onder leiding van de zuster die daar de scepter zwaait en de mannen onder leiding van huismeester Jozef van der Schuren in de tuin of ergens in het huis klussen uitvoeren.

Een van de taken die het Maria-oord naar buiten toe heeft is de zorg voor het levensonderhoud van de arrestanten in het politieburo. Het verhaal gaat dat, als er arrestanten zijn, de huismeester en Joep Vandermeulen met een handkar de maaltijden naar het politieburo brengen. Joep voorop en de huismeester er achteraan. Ging het niet vlug genoeg naar de zin van de laatste dan hoorde je steevast : "Joep, trekke!!!", en het vaste antwoord van Joep kwam dan: "Dui doe...", en dan over en weer: "Trek doe...", "Dui doe...", ... Het is wel de bedoeling om, voor zover de werkzaamheden niet al te dringend zijn, in de namiddag om kwart voor vier in de kapel te zijn voor het Lof. Op feestdagen kunnen de bewoners rekenen op een rijk voorziene tafel en ook alle misdienaars worden dan verrast met een feestelijk ontbijt. Met Pasen is het dan voor de misdienaars ook nog eieren-zoeken geblazen in de tuin. Ook het Sint Nicolaasfeest is elk jaar weer een belevenis voor de bewoners en voor iedereen heeft de GoedHeilig Man een presentje.

Een ander breekpunt in de dagelijkse sleur van de vijftiger jaren is het autotochtje door Zuid-Limburg. Verschillende bedrijven en particulieren stellen daarvoor auto en chauffeur beschikbaar. In dit kader mag zeker niet onvermeld blijven het "comité Marktstraat" dat jarenlang, door middel van het verzorgen van feestavonden, ontspanning heeft geboden aan de bewoners.

Tweede Wereldoorlog

Afgezien van veel persoonlijk leed, kan gesteld worden dat Kerkrade in de eerste vier jaar van die oorlog door het oog van de naald is gekropen. Wat dat betreft is het Maria-oord een afspiegeling van de gebeurtenissen in de kerkraadse samenleving. Ook aan het Maria-oord is de tweede wereldoorlog niet ongemerkt voorbij gegaan, maar grote ongemakken worden niet gemeld. Natuurlijk is er steeds gebrek aan van alles, maar doordat men voor een groot gedeelte "self supporting" is, is er (met uitzondering van September 1944) van echte honger nooit sprake.

Het afscheid

Het is December 1968 als het einde van het Maria-oord in zicht komt. Op 12 maart 1969 wordt het Maria-oord verkocht aan de gemeente en start in de tuin de bouw van de Hamboskliniek. Hier zullen de zieken en gehandicapten van het Mariaoord worden opgenomen. De gezonde bewoners, twintig in getal, zullen naar Firenschat gaan. Voordat zij op 18 october 1971 verhuizen, hebben zij gelegenheid gehad dat nieuwe onderkomen te bezichtigen. Een huis zonder dorpels, grote heldere kamers, een binnentuin met uitnodigende zitbanken: iedereen is enthousiast.

Op zondag 17 october 1971 neemt Kerkrade op grootse en massale wijze afscheid van de "blauwe zusters". De zusters schrijven:

Kerkrade hat die Schwestern von Maria-oord nicht still fortgehen lassen. Im Gegenteil: Die Stille in der die Schwestern über 40 Jahre ihre Tätigkeit wahrgenommen haben, worde laut und spontan durchbrochen.

Moeder Overste ontvangt een oorkonde met gouden Erepenning van de stad Kerkrade en elke zuster krijgt een aandenken in de vorm van een geëmailleerde beeltenis van de Heilige Maria. Een muzikaal en bloemenrijk defilé van de Kerkraadse verenigingen gaat vooraf aan de afscheidsreceptie in de Hamboskliniek. Hier biedt dokter Drenth, namens de Kerkraadse bevolking, de zusters een foto-album aan alsmede een reis naar Lourdes. Deze reis begint op 18 mei van het jaar daarna en laat, volgens het verslag van de zusters, een onvergetelijke indruk achter in hun hart. Zij zijn de bevolking van Kerkrade hiervoor veel dank verschuldigd.

En dan...

En dan vertrekken de "blauwe zusters" naar het Moederhuis in Steyl en de bewoners naar De Hambos, de Lückerhei en Firenschat. Een periode in de Kerkraadse geschiedenis is voorbij. Het Mariaoord met de aansluitende bebouwing wordt gesloopt en naast de St. Lambertuskerk wordt een parkeerplaats aangelegd.

Voor de tot standkoming van dit artikel is gebruik gemaakt van onderstaande bronnen:

  • Interview met Zuster Maria Hildegard Brokamp, in het Moederhuis in Steyl op een nog onbekende datum;
  • Lang zullen ze leven; 25 jaar stichting verpleegtehuizen en bejaardenzorg Kerkrade. Een publicatie geschreven door R. Herpers en E.J. Groenevelt, 1996;
  • Verschillende exemplaren van weekblad De Zuid LImburger;
  • Honderd Jaar Ursulinen in Kerkrade, 1859-1959, een jubileumboek geschreven in opdracht van de zusters Ursulinen door Jac. Schreurs, m.s.c., 1959;
  • Gemeentearchief Kerkrade, Parochiearchief H.Lambertus

Afbeeldingen

Meer Maria Oord

Referenties

Indien de bron van (delen van) bovenstaande informatie bekend is, is dit hier beneden vermeld.

  1. Interview met Zuster Maria Hildegard Brokamp
  2. Lang zullen ze leven; 25 jaar stichting verpleegtehuizen en bejaardenzorg Kerkrade
  3. Verschillende exemplaren van weekblad De Zuid LImburger
  4. Honderd Jaar Ursulinen in Kerkrade 1859 - 1959
  5. Gemeentearchief Kerkrade
  6. Parochiearchief H.Lambertus