Mijnbouw, van zwart naar groen

Algemeen

Nadat de mijnsluiting een feit is, treedt een omvangrijk plan in werking dat er voor moet zorgen dat Zuid-Limburg weer een aantrekkelijk uiterlijk krijgt. Steenbergen en fabrieken verdwijnen en worden vervangen door groenvoorzieningen en nieuwe gebouwen. Onderstaande objecten en organisaties beperken zich niet tot Kerkrade alleen, maar hebben betrekking op de gehele Oostelijke Mijnstreek.

Stadsgewest Oostelijke Mijnstreek

In 1965 wordt het Stadsgewest Oostelijke Mijnstreek in het leven geroepen met als doel het opstellen van een regionaal structuurplan volgens welk een geleidelijke omvorming van de Oostelijke Mijnstreek tot een meer harmonische agglomeratie moet worden doorgevoerd. Naast stadsvernieuwing legt dit structuurplan in hoofdlijnen ook de basis voor de sanering en reconstructie van de mijnterreinen. Tegelijk met het structuurplan komt in 1974 in opdracht van de Provincie het rapport 'Studie Mijnterreinen' klaar, opgesteld door ir. A. Hoefnagels. Behalve een uitvoerige inventarisatie van de mijnterreinen stelt dit rapport dat de herstructurering alleen kan slagen als de rijksoverheid financiele hulp biedt. Het Ministerie van V.R.O.M. geeft haar toestemming en de operatie 'Van Zwart Naar Groen', waarbij 750 hectare voormalig mijnterrein een nieuwe bestemming krijgt, kan starten. Een van de voorwaarden is echter dat de hele operatie binnen een tijdsbestek van tien jaar afgerond is. Verder moet de operatie worden uitgevoerd als een geheel, onafhankelijk van individuele gemeentenlijke belangen, met een centrale aanpak, organisatie en uitvoering. Analoog aan het Stadsgewest Oostelijke Mijnstreek wordt hiertoe het 'Samenwerkingsverband Sanering Mijnterreinen Oostelijke Mijnstreek' (S.S.O.) opgericht, dat onder leiding staat van mr. Jo Smeets, destijds Burgemeester van Kerkrade. Het Ministerie subsidieert 80% van de aankoopkosten van de mijnterreinen, 80% van de sloopactiviteiten en 50% van de kosten van 'bijzondere openbare werken', waaronder groenaanleg. De totale kosten van het bouwrijp maken van de terreinen komen uiteindelijk uit op 316 miljoen. Contractueel wordt vastgelegd dat 70% van de werkzaamheden moet worden uitbesteed aan bedrijven in de eigen regio.

Oranje Nassau I

Het schachtgebouw van de Oranje-Nassau I, alsmede de stalen schachtbok en het ophaalgebouw zijn in 1980 door aannemersbedrijf Vic Laudy uit Sittard en constructiebedrijf Welzen uit Beek gerestaureerd. Dit gebouw wordt op 14 april 1982 tot industrieel monument verklaard. Het schachtgebouw is gebouwd in 1897. Het gebouw kent net als alle andere schachtgebouwen van het Malakow type (zoals de Prosper-Haniel Schachtbouw Prosper II in Bottrop) een vierkante plattegrond en heeft drie verdiepingen. De ophaalmachine dateert uit 1897 en is bij A. Mehler in Aken oorspronkelijk als stoommachinme gebouwd, later is zij omgebouwd zodat zij vanaf dat moment, in plaats van stoom, op perslucht loopt.

Tot in 2005 wordt het schachtgebouw beheerd door GEON. Tegenwoordig wordt het geexploiteerd door de stichting carboON die met het schachtgebouw en bijbehorende ophaalgebouw grote plannen hebben om daar een Nationaal Mijncentrum te bouwen. De schachtwielen van de schacht (schacht 2) zijn na 32 jaar stilstand weer aan het draaien. Het museale gedeelte van het Nationaal Mijncentrum is sinds maart 2003 iedere woensdag en vrijdag geopend van 13.00 uur tot 16.00 uur. Tevens worden er door oud-mijnwerkers rondleidingen gegeven. Deze rondleidingen starten op bovengenoemde dagen om 13.30 uur. Ook heeft het Nationaal Mijncentrum een nieuwe website : [1]

Staatsmijn Emma

Op 28 october 1983 wordt de 63 meter hoge Schacht III van de Staatsmijn Emma door Van de Akker omver geschoten. Vijftig kilo Iremite-110 laten de 8,5 miljoen kilo zware kolos neervallen. Ondanks beschermende maatregelen, zoals het inpakken van de schacht met rubberen matten, worden duizenden brokken beton, meer dan 250 meter weggeslingerd. Het voormalige kantoor van de mijnpolitie aan de Akerstraat-Noord loopt daarbij een dermate grote schade op, dat het gesloopt moet worden. Het gebouw doet oorspronkelijk korte tijd dienst als woning van de bedrijfsingenieur Van der Drift, daarna wordt het gebruikt door de Dienst Bewaking en Veiligheid van de Staatsmijnen. Na de komst van Afcent naar Brunssum neemt de Afcent-politie het gebouw in gebruik. Een van de rubber matten, die het wegvliegen van betonbrokken moet verhinderen, vliegt samen met grote brokken beton tegen het gebouw en vernielt de serre en de zijgevel. Ook woningen aan de Treebeekstraat worden getroffen door rondvliegend beton en staven betonijzer. Bij de aktie raken drie politieagenten gewond en lijden verschillende omwonenden aan shockverschijnselen.

Steenbergen

Na de afbraak van de schachten en mijngebouwen moeten in betrekkelijk korte tijd verschillende steenbergen en -storten worden afgegraven of geschikt worden gemaakt voor nieuwe bestemmingen. Verantwoordelijk hiervoor is de op 1 augustus 1977 gestarte co-operatie 'Steenbergafgraving B.V.', een bundeling van diverse regionale grondverzet- en transportbedrijven. Deze B.V., die dan gevestigd is aan de Schelsberg te Heerlen, wordt opgericht op initiatief van de Kerkraadse Beheermaatschappij Ploum, in samenwerking met Coumans-Schepers uit Geleen en Foeckert Bouwbedrijven. Een hoogetepunt is de aanleg van de Draf- en Renbaan te Schaesberg, op het voormalig terrein van de Oranje-Nassau II mijn waar de steenberg lag. Verder is men verantwoordelijk voor de aanleg van industrieterreinen en het geschikt maken van terreinen voor woning- en wegenbouw. De grond die van de steenbergen wordt afgehaald, wordt elders gebruikt voor het ophogen van terreinen. Zo is bijvoorbeeld het materiaaldepot van het Amerikaanse leger in Eygelshoven gebouwd op mijnsteen van de mijn Julia.

Op initiatief van Thei van de Wetering wordt in Schaesberg op de voormalige steenberg van de Staatsmijn Wilhelmina het schachtwiel van de Wilhelmina in 1982 tot monument verklaard. De kosten voor de inrichting van dit monument bedragen fl. 53.000,-. Sloper van de Wilhelmina is het Duitse bedrijf Thomas.