Pastoor van Arskerk

Object Info
Objectnaam Pastoor van Arskerk
Adres Pastoor Schijnsstraat 1
Wijk Hopel
Rijksmonumentnr. -
Rijksmonumentcode -
Kadasternr. N 628
Ontwerp Drummen
Jaar 0000
Verder

De informatie op deze pagina is voor een groot deel afkomstig van Stichting Databank Kerkgebouwen in Limburg. Website: http://www.kerkgebouwen-in-limburg.nl

-

Voormalige kerk op de Hopel.

Ruimtelijke context

De Pastoor van Arskerk ligt aan de rand van de in de jaren vijftig tot stand gekomen wijk De Hopel. De kerk, die gelegen is op een perceel aan de Kommerveldlaan en tussen de Pastoor van Arsstraat en de pastoor Schijnsstraat, vormt niet de kern van een wijkcentrum. Veel andere kerken in de gemeente doen dat wel. De kerk is gesloopt in een vooralsnog onbekend jaar. De laatste viering vindt plaats op 13 juni 1993.

Type

De H. Pastoor van Arskerk is een niet-georiënteerde uit baksteen en natuursteen opgetrokken rechthoekige zaalkerk met een zijbeuk. Onder de kerk bevinden zich vergaderruimtes.

Bouwgeschiedenis

In januari 1951 wordt vanaf de kansel van de parochiekerk te Eygelshoven afgekondigd, dat in verband met de bevolkingsgroei een tweede parochie noodzakelijk is in de nieuwe wijk De Hopel. Kapelaan W.J.H. Widdershoven wordt benoemd tot bouwpastoor. Deze kiest de H. Pastoor van Ars tot parochiepatroon, omdat hij zelf devotie heeft tot deze heilige. Bovendien is Pastoor van Ars de patroon van de kandidaat-priesters, die in het vlakbij gelegen Rolduc opgeleid worden. De middeleeuwse kerk van Eygelshoven doet voorlopig dienst als noodkerk. Het bisdom keurt op 1 juni 1953 het voorstel van pastoor Widdershoven om architect Jan Drummen uit Brunssum in de arm te nemen goed. In juli 1956 wordt de kerk aanbesteed. Aannemer Beugels is de laagste inschrijver. De eerste steen wordt op 14 juli 1957 gelegd. De bouw verloopt voorspoedig ondanks de enorme hitte 's zomers. Om te voorkomen dat het werk stagneert, wordt 's nachts doorgewerkt. Aangezien de kerk in een helling gebouwd wordt, kan de benedenverdieping tot vergaderruimte ingericht worden. De kerk is in drie delen opgetrokken en voorzien van dilatatievoegen om zoveel mogelijk mijnschade te voorkomen. Om die reden wordt ook een zwevend plafond aangelegd. De Pastoor van Arskerk wordt op 17 november 1957 in gebruik genomen. De consecratie vindt plaats op 7 september 1959. De Pastoor van Arskerk wordt op 13 juni 1993 aan de eredienst onttrokken.

Exterieur

De oostgevel van de kerk wordt beheerst door een risaliet, die een rechthoekig grondplan heeft en hoger is dan het schip waartegen hij staat. Drie naast elkaar gelegen dubbele toegangsdeuren vormen de hoofdingangen. Boven elk van deze deuren staan grote raampartijen. Het schip heeft een zadeldak met kleine helling. De op het zuiden gelegen zijbeuk heeft een plat dak. De zijbeuk steekt ter hoogte van de voorgevel iets uit en heeft een ronde afsluiting. De ramen zijn vierkant of rechthoekig. Op het einde, ter hoogte van het koor, is een zij-ingang tot de kerk. Daar wordt de zijbeuk afgesloten met een kleine absis. Omdat de kerk in een helling is gebouwd, wordt de ruimte onder het schip ingericht tot vergaderruimte. Deze onderbouw is opgetrokken in kolenzandsteen. De rest van het opgaande muurwerk is uitgevoerd in baksteen. De raampartijen bestaan uit drie gekoppelde rechthoekige vensters. De kerk kent geen aparte koorpartij. Het schip eindigt met een licht gebogen wand met aan weerszijden tot op de vloer doorlopende raampartijen, die samengesteld zijn uit kleine rondboogjes. Ten noorden van het schip staat onder een plat dak de rechthoekige sacristie.

Interieur

Het interieur van de kerk is eenvoudig en uitgevoerd in schoon metselwerk. Achter de voorgevel ligt een tochtportaal van waaruit drie deuren toegang geven tot het schip. Boven het portaal bevindt zich de betonnen zangtribune. Rechts van het portaal ligt een devotiekapel. De zijbeuk is door een reeks ronde betonnen zuilen van het schip gescheiden. De banken zijn in twee rijen axiaal opgesteld. Het priesterkoor verheft zich vier treden boven het schip en is voorzien van een altaar, dat op een trapeziumvormig supedaneum staat, en een ambo. Achter het altaar is een witte zichtwand. De vloeren van het schip zijn belegd met Noorse leisteen. In de zijbeuk zijn de devotie- en de doopkapel ondergebracht. De doopkapel heeft een lichtkoepel. Het schip heeft een zwevend steengaasplafond om te verhinderen dat mijnschade optreedt.

Bijzondere voorwerpen

Sacramentsaltaar

Natuursteen, Jan Drummen, ca. 1956. Twee stipes met mensa.

Tabernakel

Jan Drummen, ca. 1956.