St. Lambertusparochie

Woonhuis Deken
Woonhuis Kapelaan

Parochie in Kerkrade-Centrum

Dit is de eerste en (tot in 1851) enige parochie in Kerkrade. In deze parochie ligt ook de St. Lambertuskerk. Naar de kerk en parochie is Kerkrade genoemd.

Algemeen

De parochie wordt in de 11e Eeuw als dochterparochie van de St. Johannesparochie in Eygelshoven opgericht en groeit uit tot een zelfstandige parochie.

Historie

1108

In de Annales Rodenses wordt de St. Lambertuskerk reeds genoemd als deze op 13 december 1108 door bisschop Otbert van Luik wordt gewijd. Dit is dan, naar aangenomen wordt, reeds de tweede kerk. In die periode is de kerk nog eigendom van de familie van Saffenberg en deze familie draagt ook zorg voor de bediening en onderhoud ervan. Als Kloosterrade vorm begint te krijgen en de Saffenbergers het gebied gaan ontginnen vestigen zich steeds meer mensen hier en wordt ook de kerk aan Kloosterrade overgedragen. Vanaf die tijd (1120) wordt de parochie bediend door een reguliere koorheer van Kloosterrade. De parochie omvat dan het gebied van de gemeente Kerkrade en 's Hertogenrade. In 1564 wordt 's Hertogenrade een zelfstandige parochie. Kohlberg, Strass en Maubach blijven nog tot 1816 tot de St. Lambertusparochie behoren.

In 1725 krijgt de parochie de beschikking over een nieuwe kerk (Arch. Mefferdatis) en nadat de toren aan de kant van het kerkhof is afgebroken wordt in 1763 een nieuwe toren gerealiseerd aan de kant waar deze nu nog staat. De parochie heeft dan de 80-jarige oorlog (1568-1648) redelijk doorstaan. Natuurlijk zijn er de regelmatige plunderingen door de voorbijtrekkende troepen (zowel Spaanse als die van Willem van Oranje) maar in 1587 wordt de pastorie door de spaanse veldheer Parma gevrijwaard van plunderingen.

1609

De hervormingsbewegingen van de 16de eeuw gaan aan Kerkrade voorbij. In de door abt Heyendal geschreven geschiedenis van Kloosterrade wordt deze bewegingen, evenals het Concilie van Trente, nauwelijks genoemd. Toch blijkt uit de inventaris, opgemaakt in 1609 bij het overlijden van pastoor Fabritius, dat in de parochie bibliotheek dan boeken aanwezig zijn volgens de richtlijnen van genoemd concilie. Het is dan dus toch in het land van 's Hertogenrade bekend.

Er zijn rustige tijden aangebroken, het katholicisme leeft op. Er worden bisschoppen en abten benoemd en naar de parochies worden visitatoren gestuurd om te zien of de parochie functioneert volgens de gegeven richtlijnen. Zo ook op 28 augustus in Kerkrade en Eygelshoven. Uit het betreffende verslag blijkt dat er nogal wat mankeert en de pastoor wordt dan ook door de abt naar de abdij teruggeroepen. In 1614 wordt een wereldheer als kapelaan benoemd die tevens als onderwijzer gaat werken. Van Bergen Tripps verkoopt een stuk heide om van de rente die kapelaan te onderhouden. Op 22 augustus vindt er een tweede visitatie plaats in Kerkrade, ook nu zijn er nog veel gebreken. Zo brandt de Godslamp wegens geldgebrek alleen tijdens vieringen en is het kerkhof nog niet geheel gesloten, waardoor vee gemakkelijk kan binnendringen. In 1658 wordt bij een volgende visitatieronde vastgesteld dat de kerk in goede staat is, dat er niets ontbreekt en dat er geen protestanten, die dan ketters genoemd worden, wonen.

Inmiddels is in 1621 de oorlog weer in volle hevigheid uitgebarsten. Frederik Hendrik verovert Maastricht en Limbourg en met die laatste plaats de hele provincie Limburg-Overmaas. Ook Kerkrade komt onder het gezag van de Republiek. In 1635 wordt Limbourg weer veroverd door het Spaanse leger en wordt Kerkrade weer Spaans grondgebied.

1648

In 1648 wordt er vrede gesloten (vrede van Münster). Tijdens dit vredesoverleg wordt een groot aantal zaken geregeld. De drie landen van Overmaas (Graafschap Daelhem, Graafschap Valkenburg en de Heerlijkheid Rode) worden daarbij echter overgeslagen. Van de Heerlijkheid Rode blijven, na 7 jaar onderhandelen, o.a. 's Hertogenrade en Kerkrade Spaans. Dit betekent onder meer dat de katholieke eredienst en geloofsverkondiging ongestoord door kunnen gaan. Ondanks dat gaat het in de St. Lambertusparochie niet goed. De zeden zijn er zeer bedorven, zo schrijft althans Heyendal in 1700 als hij zijn geschiedenis van de abdij Kloosterrade afsluit en ook het kerkgebouw is er zeer slecht aan toe. Dit zal verbeteren als in 1702 Delcheur door de abt tot pastoor wordt benoemd en zelfs een tweede koorheer als vice-pastor wordt aangesteld. Het onderwijs aan de kinderen krijgt meer vorm en in de parochie-bibliotheek staan 244 boeken. Abt Haghen (1757 - 1781) wil van Kerkrade een modelparochie maken en stelt uitgebreide richtlijnen op die onder meer bepalen dat de pastoor en de vice-pastoor volgens een vaste dagorde moeten leven. Ook mogen zij niet familiair omgaan met het dienstpersoneel en niet roken. Zijn streven is om deze regels in alle 'onder Kloosterrade vallende' parochies, en dat is een dertigtal, in te voeren. Interessant is, dat we in het midden van de 18e Eeuw een katechismus hebben voor volwassenen en een voor kinderen, (de kleine katechismus) beide in het Duits. Ter voorbereiding op de Eerste Communie worden de communiecantjes naar de abdij gehaald.

Al in de 17e eeuw trekt de Grote Processie van Kerkrade-Centrum naar de abdij (waar de schutterij een hartversterking krijgt) en weer terug. Als in 1680 Kloosterreformatie doorzet, (streng en sober) wil Abt Bock niet meer trakteren en ontstaat er onenigheid. De uitslag daarvan is vooralsnog onbekend.

1725

Het onderwijs in Kerkrade behoort in die tijd nog steeds tot de belangrijkste taak van de kapelaan en heeft een goede naam. Inmiddels, in 1725, is een nieuwe kerk van architect Mefferdatis in gebruik genoemen en in 1763 is de toren aan de kant van het kerkhof afgebroken en aan de andere kant, bij het priesterkoor, weer hebouwd. In 1764 telt kerkrade 1741 communicanten, twee en een half keer zoveel als in Afden (717). In de geschiedenis van de St. Lambertusparochie is en blijft de abdij Kloosterrade een niet weg te denken bepalende factor. En dit niet alleen op religieus gebied. Dit wordt duidelijk door de volgende feiten

  • de abt benoemt de pastoor
  • de abt is eigenaar van de grond van de kerk
  • de abt is de bezitter van de grote tienden van de parochie
  • de abt de bezit de vijf grootste hoeven in het gebied
  • de abt is eigenaar van twee molens, waaronder de Baalsbruggenmolen.

Daarbij moeten nog de beginnende activiteiten van de abdij in de steenkolenmijnbouw en de aanleg (tussen 1783 en 1790) van de steenwegen gerekend worden. De wil van de abt is wet.

Een zwarte bladzijde in de geschiedenis van de streek zijn de Bokkerijders. (1730-1790). De schrijvers van de bewaard gebleven dagboeken van Kloosterrade staan steeds aan de zijde van de justitie. Slechts één keer heeft Kloosterrade getracht haar invloed aan te wenden om het tij te keren. Dat is wanneer chirurgijn Jozef Kirchhoffs gearresteerd wordt. Het mag duidelijk zijn dat deze houding zijn invloed heeft op de bevolking die daardoor bevestigd wordt in de algemene opvatting dat de vermeende dievenbende rechtstreeks in verbinding staan met de duivel en geen middel schuwde om haar doel te bereiken.

1777

Als in 1777 Lutzerath tot pastoor wordt benoemd brengt hij naast een tweede kapelaan ook een aanzienlijk aantal grotere werken mee voor de pastorale bibliotheek. In Frankrijk is de revolutie uitgebroken en in de herfst van 1792 veroveren de Fransen ook onze omgeving. Zij worden echter al snel door de Oostenrijkers verslagen en moeten zich terug trekken. In september 1794 wagen zij een nieuwe poging, nu met meer succes. Twintig jaar lang drukken zij een stempel op onze streek en dus ook op de parochie. De bevolking moet in het begin van de bezetting alles leveren wat de troepen nodig hebben. Later wordt alles administratief beter geregeld en wordt aanslagen opgelegd aan de stad en de pastoor. De Koorheren van Kloosterrade zijn met de hele inventaris voor het aanstormende leger gevlucht en op Rolduc zijn alleen de knechten achter gebleven.

Franse wetten gaan gelden, en als eerste gaat het tiend-recht vervallen. Dit betekent dat niet alleen Rolduc maar ook de pastoors een groot deel van hun inkomsten verliezen. Maar degenen die voorheen het tiende deel van hun oogst moeten inleveren gaan er nu op vooruit. De meeste gevluchte koorheren komen in de loop van 1795 terug maar kunnen niet op Rolduc terecht en melden zich dus bij de verschillende parochies. Zo herbergt pastoor Lutzerath negen maanden lang vier koorheren in zijn pastorie.

De gezondheid van pastoor Lutzerath gaat in het begin van 1797 hard achteruit en de vraag rijst in Kerkrade hoe men een kanunnik als pastoor bij de bisschop kan voordragen. Volgens de Franse wet mag het volk zelf de pastoor aanwijzen en men kiest voor Geich, de kapelaan die aan Lutzerath is toegevoegd. De beruchte 'eed van gehoorzaamheid' (aan de Republiek), die overal grote weerstand bij de geestelijkheid oproept, heeft in het kanton 's Hertogenrade praktisch geen gevolgen. Het merendeel der priesters heeft, daartoe aangespoord door de pastoor van Afden Simon Pieter Ernst, de eed afgelegd en kunnen hun werk voortzetten. In 1802 wordt een begin gemaakt met een nieuwe indeling van de parochies volgens de richtlijnen van de regering. St. Lambertus wordt de hoofdparochie 'cure tweede klasse' van het kanton 's Hertogenrade omdat die parochie door de bisschop van Luik te klein bevonden wordt. De pastoor ontvangt een salaris uit de staatskas groot 1.000 fr. op jaarbasis. Napoleon eist in ruil voor dit salaris een eed van trouw aan de staat en op 5 november 1803 legt pastoor Geich die eed af in de handen van de prefect van Nedermaas in de Dominicanerkerk in Maastricht. In 1808 moet de St. Lambertusparochie een beetje inkrimpen ten gunste van 's Hertogenrade: Maubach, Strass, Kohlberg, Haanrade en het complex Rolduc gaan naar 's Hertogenrade en Hopel alsmede de twee boerderijen Bourenanstel en Holzkuil gaan tot Eygelshoven behoren. Inmiddels heeft het Franse bestuur de zorg voor de armen en voor het onderwijs aan de kerk onttrokken en regels opgesteld voor samenstelling en taak van het kerkbestuur. Voor Kerkrade betekent dit dat een kapelaan voor de gemeente het onderwijs verzorgt. Deze, kapelaan Kremer, heeft een goede naam en geeft, naast rekenen en schrijven, ook les in het Frans, Duits en Latijn. Er komt een einde aan de Franse tijd en daarmee ook aan de indeling van de parochies. Na een overgangsperiode komen Haanrade, Baalsbruggen en Rolduc in 1821 weer terug naar de St. Lambertusparochie. Het einde van de Franse tijd betekent onder andere ook het einde van het 'patronaatschap' van de Abdij Kloosterrade over de St. Lambertusparochie

De eerste pastoor die niet door of vanwege de abt wordt benoemd is de opvolger van Geich: Paul Joseph Vincken die in 1825 de herdersstaf van Geich overneemt. Dat is tevens het begin van een traditie die tot op de dag van vandaag voortduurt: de noveen ter ere van de H. Antonius van Padua waar hij in 1826 een begin mee maakt. In 1833 wordt de parochie St.Lambertus een dekenaat en Vincken wordt de eerste pastoor-deken die in 1835 wordt opgevolgd door pastoor-deken Quodbach. Inmiddels heeft het kerkbestuur de eerst stappen gezet om te komen tot een nieuwe kerk omdat de oude (uit 1725) bouwvallig geworden is. Het duurt nog tot 1842 voordat de eerste steen gelegd kan worden en in 1844 kan de kerk op 17 september (St. Lambertusdag) geconsacreerd worden. Met een kerk alleen is men er echter niet, die moet ook ingericht worden met een orgel, preekstoel, communiebank, kerkramen en biechtstoelen. De parochianen tasten diep in de beurs maar ook deken Quodbach laat zich niet onbetuigd. Hij betaalt uit eigen middelen de kruiswegstaties, de schilderijen voor de zijaltaren en twee van de vier biechtstoelen. In 1848 wordt het grote 'Müller orgel' in gebruik genomen dat momenteel onder monumentenzorg valt.

Door de groei van het aantal parochianen worden er dochterparochies gesticht om de zielzorg zeker te stellen. St. Martinus in Spekholzerheide is daar in 1850 het eerste voorbeeld van. Al eerder, in 1875, hebben paters Franciscanen in Bleijerheide een kapel gesticht die via een eigen klooster-kerk (in 1912) uitgroeit tot een rectoraat in 1920. In 1930 krijgt de gemeenschap een eigen rectoraatskerk met 850 zitplaatsen en wordt zij in 1966 een zelfstandige parochie. Het onderwijs, met name voor de meisjes, krijgt in deze tijd gestalte als in 1859 de zusters Ursulinen een meisjesschool beginnen. Ook wordt de armenzorg vorm gegeven als in 1861 de Sint Vincentiusvereniging wordt opgericht en er wordt een begin gemaakt met het oprichten van diverse religieuze verenigingen met als eerste de 'H. Familie afd. mannen' in 1883. De Elisabethvereniging, als vrouwelijke tegenhanger van de St. Vincentiusvereniging, komt pas in 1914 tot stand. Als de zusters in 1919 verhuizen naar de Onze Lieve Vrouwestraat wordt hun oude klooster verbouwd tot gezellenhuis en Volkshuis dat in 1921 worden geopend.

1890

Andreas Joseph Deutz (geboren op hoeve Kloosterrade) is pastoor-deken als in 1890 op de Markt onder grote belangstelling een Kruisbeeld wordt opgericht en ingezegend. Dit op de zelfde plaats waar in 1918 het Heilig Hartbeeld wordt geplaatst en het Kruisbeeld een plek vindt bij de kerktoren waar het nu nog staat.

Een volgende dochter-parochie is Chevremont (parochie St.Pietersrade) in 1904. Ook deze parochie wordt aanvankelijk gesticht als rectoraat maar wordt in 1908 parochie. Een en ander gebeurt niet zonder enig verzet van de deken die moeilijk afstand kan doen van een deel van de parochie en haar inkomsten. Vanuit deze parochie wordt dan weer in 1925 het Rectoraat Haanrade opgericht waarvan de kerk in 1932 gereed komt en dat in 1963 uitgroeit tot een volwaardige parochie.

Een van de eerste activiteiten van Deken Leonard Schijns (1908-1920) is het fenomeen Vastenpredikatie. Ook richt hij verschillende nieuwe Congregaties op waarbij hij met name aandacht heeft voor de jonge mannen en vrouwen. De Limburgse Katholiekendag wordt in 1909 in Kerkrade gehouden, een grote manifestatie waarbij heel Katholiek Limburg op de been is. Ook neemt hij herstelwerkzaamheden aan het interieur van de kerk ter hand. De kapelaans, eerder inwonend op de pastorie, krijgen een eigen onderkomen en er worden twee kapelanijen gebouwd. Een daad van enorm belang is de bouw van een Patronaatsgebouw in 1910, achter het Gemeentehuis op de speelplaats van de nog (in 1915) te bouwen jongensschool. Hiermee wordt de mogelijkheid geschapen het verenigingsleven nieuwe impulsen te geven, al of niet kerkelijke bijeenkomsten en vergaderingen te beleggen zonder afhankelijk te zijn van derden. Eveneens in 1910 nemen de zusters van Steyl enkele gebouwen en percelen van de kerk over ten einde een klooster en een ziekenhuis te stichten. Een jaar later wordt een nieuwe pastorie met koetshuis gebouwd dat tot op heden nog (zonder het koetshuis) als zodanig functioneert.

Naast al deze bouwactiviteiten wordt er ook toenemende mate aandacht geschonken aan de pastorale zorg. Zo wordt in het najaar van 1912 voor het eerst een zogenaamde Missie gehouden door paters Redemptoristen waaraan door veel parochianen wordt deelgenomen. Hebben de meisjes voor hun onderwijs al onderdak gevonden bij de Zusters Ursulinen, voor de jongens wordt in 1917 een twaalf-klassige school gebouwd achter het gemeentehuis. In deze zelfde school wordt in 1921, aansluitend aan het lager onderwijs, de Mulo-school voor jongens gevestigd. Op aandrang van de Mijndirecties wordt er op de zolderverdieping van de school een 'Teekenschool' gevestigd, de voorloper van de Ambachtsschool.

1919

In 1919 wordt Dr. Verhagen de opvolger van Pater Cleophas als Aalmoezenier van Sociale Werken. Ten tijde van pastoor-deken Joseph Franck (1920-1926) worden er initiatieven genomen om op Kaalheide en in Bleijerheide R.K. scholen te stichten. Door het aankopen van grond wordt de bouw voorbereid van een kerk op de Holz. Deze krijgt in 1924 zijn beslag met de benoeming van kapelaan de Hesselle tot bouwpastoor van de dochter-parochie H. Catharina. De kerk wordt in 1928 ingewijd en in 1929 wordt de parochie compleet met de bouw van een jongensschool.

Een huis-aan-huis collecte gehouden in 1920, op verzoek van de bisschoppen, voor een eerste R.K. Universiteit in Nijmegen brengt f 2.500,-- op. Een bewijs voor de vrijgevigheid van de parochianen, die het in deze tijd beslist niet breed hebben, als het om een Katholieke zaak gaat. Ook wordt in dit jaar het Kerkelijk Zangkoor St. Caecilia opgericht, de kerk wordt centraal verwarmd (de Pastorie moet wachten tot 1925) en bouwt men een nieuwe sacristie aan de noordzijde van de kerk.

In october vindt de inzegening plaats van Ons Te Huis (later genaamd: Maria-oord) op het Kerkplein. Een eerste doel van Dr. Verhagen, die hier een duidelijke hand in heeft gehad, is bereikt.

Er is in deze tijd sprake van een bloeiend kerkelijk leven en een grote maatschapelijke betrokkenheid. Dit volgt uit de deelname aan retraites, het opstarten van verschillende missieverenigingen zoals de 'Vereniging tot Voortplanting van het Geloof', de 'Heilige Kindsheid' en het 'Pauselijk liefdewerk tot opleiding van inlandse priesters voor de missie' en Mariaverenigingen met afdelingen voor 'jongelingen en jonge dochters'. De Sociaal-Maatschappelijke betrokkenheid blijkt uit het ontstaan en ondersteuning door de parochie van: Boerenbond met leenbank, werkliedenvereniging, de Jonge werkman, de Christelijke Mijnwerkersbond, het Kruisverbond en vele andere.

Het is aan de parochie en de inzet van Dr. Verhagen te danken dat voor de 'Zuid Limburger', die in financiële nood verkeert, voldoende middelen gevonden worden om deze krant voort te zetten. De signatuur van de krant wordt hiermee duidelijk bepaald mede doordat Dr. Verhagen vele jaren de koers van de krant bepaalde.

Willem van Ormelingen (1926-1940), eerder kapelaan in de St.Lambertus-parochie en daarna pastoor in St.Pietersrade, treedt aan als pastoor-deken.

Het moet voor Dr. Verhagen een zware pil geweest zijn om te ervaren dat zijn gezellenhuis en Volkshuis niet levensvatbaar blijken. In 1929 vestigen zich de Zusters van de Heilige Geest (Steyl), al sinds 1910 actief in het ziekenhuis, in 'Ons Tehuis' en stichten er het Mariaoord, een tehuis voor ouden van dagen en andere hulpbehoevenden. Ook hijzelf gaat er wonen. In 1968 worden de gebouwen gesloopt en na 40 jaar vertrekken de zusters.

1930

Tot grote vreugde van Dr. Verhagen wordt in 1930 het nieuwe Volkshuis aan de Hoofdstraat geopend. Maar dat is voor hem nog niet het belangrijkste. In het begin van 1931 wordt er op de eerste verdieping een R.K. Leeszaal gevestigd. Hierdoor krijgen de inwoners van Kerkrade toegang tot literatuur, zowel ontspannend als onderrichtend en leerzaam. De jeugd heeft lezen geleerd, nu kan men ook daadwerkelijk boeken lezen.

In 1930 krijgt Kerkrade een 4e kapelaan: Kapelaan Hennekens, later zal hij Rector van het Ziekenhuis worden. Voor het eerst wordt er een ziekentriduüm gehouden en in het vervolg zal iedere maand, tot op de dag van vandaag, aan de zieken de communie worden gebracht.

Het geloof in Limburg staat onder druk als de bisschop in september 1935 een biddag voorschrijft voor de bekering van de afgedwaalde broeders (NSB). Een indrukwekkende processie trekt naar het beeld van het Heilig Hart op de markt. 1937 Staat in het teken van de verering van de Heilige Maria. De Mariakapel nabij het station wordt gebouwd, als prachtige uiting van religieus-leven. De Bisschop geeft toestemming om er in de maand mei elke dag de H. Mis op te dragen. Een [[traditie die stand houdt tot midden jaren vijftig van de vorige eeuw. Vanaf de tachtiger-jaren wordt er in mei en october]] weer op zaterdag een H. Mis gelezen.

De 'Teekenschool' die ondergebracht is op de zolder van de jongensschool wordt te klein en in het jaar 1937 wordt een nieuwe Ambachtsschool aan het tegenwoordige Old Hickoryplein geopend. De dag ervoor is de nieuwe R.K. Industrie-Huishoudschool aan de Haghenstraat op de Holz ingezegend. Deze laatste is eigendom van de Zusters Ursulinen, vandaar het predikaat R.K. Voor de jongens is dit kennelijk niet nodig.

Er dreigt oorlog. Ofschoon iedereen er van overtuigd is dat Nederland, net als in 1914, neutraal zal blijven vindt er toch een vergadering voor luchtbescherming in het Volkshuis voor de geestelijkheid van Kerkrade plaats. Ook wordt er een kluis gebouwd in de pastorie.

Pierre J. De Hesselle wordt Pastoor-Deken (1940-1953).

Op 10 mei overvalt Nazi-Duitsland ons land. Om de nood in het gebombardeerde Rotterdam enigszins te lenigen wordt een collecte gehouden. De opbrengst daarvan is fl 7.000,--. De Bisschop bezoekt de Deken met nadere instructies en richtlijnen met onder andere als gevolg dat vanaf de preekstoel het Nationaal Socialisme kritisch wordt gevolgd en veroordeeld. De parochiële geestelijkheid heeft zich, tijdens deze oorlog, in positieve zin onderscheiden voor wat betreft vaderlandsliefde, morele en daadwerkelijke steun aan de parochianen en anderen. Zij staan, soms met gevaar voor eigen leven, aan de kant naast de mensen. Tijdens WO II worden de klokken uit de toren gehaald en wordt het Patronaat getroffen door granaten en onherstelbaar verwoest. In september 1944 wordt de Kerkraadse bevolking geëvacueerd naar bevrijd gebied. Bij terugkeer blijkt de parochiekerk onbruikbaar en tot Pasen 1945 wijkt men uit naar het Mariaoord en het Volkshuis.

Als in 1945 de bevrijdingsfeesten in het hele land losbarsten heerst ook Kerkrade feeststemming. Het zal echter nog jaren duren voordat de wonden, voorzover mogelijk, geheeld zijn. De parochie neemt de draad weer op voorzover de activiteiten op een laag pitje hebben gestaan. Het verenigingsleven herneemt zijn plaats in de gemeenschap en er worden weer maatschappelijke initiatieven genomen. Een daarvan is de Vredeskapel aan de Hoofdstraat en de zusters Clarissen worden bereid gevonden om een en ander gestalte te geven.

In 1948 worden in de kerktoren 3 klokken gehangen, die de exemplaren vervangen die in de tweede wereldoorlog zijn weggehaald. In het dekenaat worden door de Paters van de Heilge Harten intronisatie-weken gehouden. Het Heilig Hart krijgt een plek in de huisgezinnen waar door hen pastorale gesprekken worden gevoerd. Veel jongemannen voelen zich als gevolg hiervan 'geroepen' tot het priesterschap.

1950

De bevolking groeit explosief, nieuwe woonwijken worden uit de grond gestampt. In 1950 wordt de parochie H. Maria Goretti gesticht, grotendeels als afsplitsing van Bleijerheide en enkele straten van deze parochie. Een parochiaan schenkt overigens al in 1928 een perceel grond aan de Kipstraat tot stichting van die kerk. In de eerste helft van de vijftiger jaren staat de Kerk nog steeds in het middelpunt van het leven van de Kerkradenaar. Het Wereld Muziekconcours wordt geopend met een pontificale Hoogmis, iets dat in 1989 voor het laatst zal gebeuren. Wel wordt er dan nog tijdens het WMC een H. Mis opgedragen, maar deze maakt geen deel meer uit van het officiële programma.

Lumey wordt, als opvolger van Mgr. Beel, Aalmoezenier Sociale Werken en onder hem wordt het initiatief genomen tot het oprichten van de 'Gemeenschapsdienst'. Dit is een bundeling van verschillende sociaal-maatschappelijke organisaties: Vincentius- en Elisabethvereniging, de Bijzondere Raad, de Meisjesbescherming, de ziekenzorg en het kindervacantiewerk. Hieruit ontstaat het latere Algemeen Maatschappelijk Werk.

Onder het pastoraat van Pastoor-Deken Ramaekers (1953-1963) wordt, in 1957, de kerk uitgebreid met een aanbouw aan de westzijde. Hierdoor ontstaat een nieuw oksaal met een verhoging en een devotiekapel, waaronder een parochiezaaltje, met de naam Moscou. Dit laatste wordt echter pas later als zodanig in gebruik genomen. Aan de zuidzijde vindt er een uitbreiding plaats naast het priesterkoor en de toren wordt verhoogd tot 50 meter. Het betekent een uitbreiding van 200 zitplaatsen. In die tijd worden er wijzigingen aangebracht in het Müller-orgel uit 1848, wordt de communiebank van Hermesdorf, uit 1895, in tweeën gedeeld en in de apsis verschijnen muurschilderingen van de hand van Daan Wilschut voorstellende de Twaalf Apostelen rondom de Heer. Een schildering die niet door iedereen evenzeer wordt gewaardeerd.

De tijden beginnen te veranderen. Het kerkbezoek is tanende, de omschakeling van de Latijnse Liturgie naar de volkstaal vindt niet overal weerklank. Ook het verenigingsleven gaat lijden onder het divers aanbod van ontspanningsmogelijkheden. In de parochie neemt enerzijds het aantal priesters af en anderzijds doet de 'vrijwilliger', waaronder ook veel jongeren, zijn intrede. In 1961 vindt de stichting plaats van de dochter-parochie H.H. Jozef en Norbertus in de nieuwbouw-wijk Rolduckerveld. Het Angelusklokje (uit 1763) wordt aan deze kerk geschonken.

Guillome Heijnen (1963-1969) wordt pastoor-deken en aansluitend Jan van der Hart (1969-1987) als pastoor. Tijdens zijn pastoraat is Jan Schulpen 'vrijgesteld' deken.

Inmiddels zijn veel kerkelijke verenigingen een stille dood gestorven. Deze trent wordt mede veroorzaakt door de soms formele interpretatie van de uitkomsten van Vaticanum II, welke verwarring schept onder de gelovigen. Daarnaast leidt het corrigerend optreden van 'Rome' alsmede een nogal omstreden bisschopsbenoeming tot een zekere polarisatie.

Men heeft geen tijd meer voor de Kerk, man en vrouw gaan beiden werken. De Kerk heeft voorshands geen antwoord op de ontwikkelingen. Later worden er pogingen ondernomen om de neerwaartse spiraal te doorbreken. Zo wordt de processie weer nieuw leven ingeblazen; in de zeventiger jaren trekt de Sacraments-processie, onder de naam Stadsprocessie en Sterprocessie, naar Rolduc. Het parochieblad wordt een co-productie met dat van de parochie Holz. Er wordt een dekenale Korendag in het leven geroepen, de Ziekendagen worden sindsdien jaarlijks georganiseerd en om het levend Vredesmonument vorm te geven wordt de Erewacht opgericht voor aanbidding van het Allerheiligste. De parochianen worden meer bewust betrokken bij het reilen en zeilen van de lokale Kerk onder andere door de invoering van de gezinsbijdrage, later kerkbijdrage genoemd.

1984

In de beginjaren tachtig worden zeven glas-in-loodramen van Johan Vermeij geplaatst en in 1984 wordt een grote actie voor het herstel van het orgel, met onder andere de uitgave van het boekje 'Tser iere Jods' van Hans Stelsmann en Nico Ploum, met veel succes opgezet. In 1988 is de voltooïng er van en het orgel komt mede onder de 'hoede' van Orgelkring Kerkrade. In dat jaar worden ook de Kruiswegstaties gerestaureerd. De Pastoor wordt nog geassisteerd door één kapelaan en een permanent Diaken.

Als in 1987 Hubert Schnackers (1987-1995) pastoor-deken wordt, is dit de start van het vitaliseren van het Dekenaal Pastoraal Centrum. Ook initieert hij het 'Conveniat' met Dekenaat Herzogenrath, entameert samenkomsten van Kerkbesturen, activeert de kerkbijdrage en voert draaiboeken in voor parochies. Hij richt een aantal nieuwe parochiële werkgroepen in die in de parochiezaal Moscou een onderkomen vinden. Vanaf nu wordt in de maand september elk jaar een dekenale vredesdienst gehouden bij het Hambos-Kapelletje. Ook wordt de wekelijkse H. Mis in de maand mei en october bij dat kapelletje wordt door hem nieuw leven ingeblazen. Er is dan geen kapelaan meer in de parochie, een diaken neemt waar. In die tijd worden er ook acht nieuwe glas-in-lood-ramen geplaatst waarvan er twee, van de hand van Gène Eggen, een geschenk zijn van de Zusters Ursulinen.

De dochter-parochie Jozef- en Norbertus redt het niet, zij fuseert met de Blijde Boodschap-parochie en de kerk wordt geamoveerd. Het in 1963 geschonken Angelusklokje komt in 1993 terug naar de moederkerk. In datzelfde jaar wordt oud-parochiaan Mgr. Frans Wiertz als nieuwe bisschop van Roermond geestdriftig ontvangen in de Lambertuskerk en gehuldigd in de burgerzaal van het gemeentehuis.

1995

Als in 1995 Hubert Schnackers wordt benoemd tot bisschoppelijk vicaris, wordt hij daarnaast pastoor op de Holz en dan wordt Arnold Borghans pastoor-deken. Hij zet de clustering en vitalisering van parochies enthousiast voort. Een van de uitingen daarvan is de Kruisentocht op Goede Vrijdag. Het aantal vrijwillige medewerkers groeit tot 125. Jaarlijks worden er gemiddeld 75 uitvaartdiensten gehouden, 25 kinderen worden gedoopt, een tiental huwelijken voltrokken en ruim 40.000 communies uitgereikt. Hij verzorgt de Catechese op de basisschool en bereidt de kinderen voor op de H. Communie en het H. Vormsel, hij actualiseert de Gezinsvieringen en de Kinder-nevendiensten. Ook verschijnt de Cantor op het priesterkoor. Hij heeft assistentie van een permanent diaken en verzorgen de, in de plaats van de Witte Zusters gekomen, Paters Sacramentijnen vervangingsdiensten. Een leraar van het Groot Seminarie Rolduc staat hem voor de weekend-diensten terzijde. De Deken wordt ook pastoor van de Holz (St. Catharina parochie) als Vicaris Schnackers in 1999 Vicaris Generaal wordt.

Het carnavalsseizoen wordt op de elfde-van-de-elfde geopend in de parochie kerk met de Dialektmis. Geheel in deze geest is de Carnavalsvereniging hier ook op Aswoensdag present voor het as-kruisje. Een van de vieringen van Antonius-dinsdag gebeurt deels ook in het dialect.

Bronnen:

  • Roda Pastoralis (isbn 3-936342-38-5);
  • Parochiegids St.Lambertus;
  • Kerkrade en de St.Lambertuskerk.