St. Sebastianus-Schuttersbroederschap Kerkrade 1617

Het broederschap in 1934

De broederschap en schuttersgilde wordt in 1617 opgericht door Isabella Clara Eugenia van Oostenrijk. De beschermheilige is St. Sebastianus waarvan de gedenkdag, 20 januari is. Elk jaar vindt er een Koningsvogelschieten plaats me als winnaar een Koning of een Keizer.

Algemeen

Kerkrade en folklore zijn zeer sterk met elkaar verbonden. De stad telt een rijk en groot verenigingsleven waarin veel folklore in ere wordt gehouden. De oudste vereniging van Kerkrade is St. Sebastianus-Schuttersbroederschap Kerkrade 1617 die in het jaar 1617 is gesticht.

Het oudste schild, dat vandaag nog aan de zilveren vogel hangt, dateert uit 1617 en draagt het wapen en de initialen van Johannes Spies van Kasrwel, heer te Erenstein.

Bijna iedere Kerkradenaar kent de Broederschap in haar traditioneel kostuum. Dit kostuum bestaat uit: het jacquet, witte hemd met puntboord en witte dasstrik, hoge zijden hoed, zwarte schoenen en zwarte handschoenen alsmede een draagmedaille met aan de ene zijde de beeltenis van St. Sebastianus en aan de andere zijde zijn naam en het jaar van toetreding tot de Broederschap. Het gezelschap wordt tijdens optocht en processie begeleid door fluitist en tamboer. Anno 2018 zijn dit Fred Hoefnagels (1993 - 0000) en Jens Dankers (2018 - 0000)[1][2][3][4].

De Broederschap bestaat meestal uit maximaal 20 personen. In 2015 wordt het broederschap op 9 mei toegevoegd aan de lijst van Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed[5] in Nederland.

Jubileum

In 2017 viert de vereniging haar 400 jarig bestaan. Ter gelegenheid daarvan ontvangt zij van Kirchröatsjer Vasteloavends Verain Alaaf Kirchroa 1936 de Sjwatse Kater[6] op 4 februari. Andere jubileummactiviteiten zijn:

Isabella

De stichteres is Isabella van Spanje (Isabella Clara Eugenia, Infantin van Spanje, hertogin van Brabant) Zij wordt ook wel Isabella Clara Eugenia van Oostenrijk genoemd. Zij is de dochter van Philips II van Spanje en Elisabeth van Frankrijk en wordt op 12 augustus 1566 geboren in Segovia. De taak van de broederschap bij oprichting is, het mede handhaven van de orde, rust en veiligheid van de bevolking, maar vooral het beschermen van de kerk bij gelegenheid van processies en feesten. Traditiegetrouw loopt de broederschap in de processie ook heden ten dage nog in de nabijheid van het Allerheiligste.

Aan zijn lievelingskind Isabella Clara Eugenia en aan Albertus van Oostenrijk, gouverneur der Nederlanden, met wie zij in het huwelijk treedt, schenkt de door velen gesmade, door velen daarentegen hooggeschatte bestrijder van het Protestantisme, Philips II na de herovering van de Zuidelijke Nederlanden door Farnese, in maart 1598, de souvereiniteit over de Nederlandse Gewesten. De geschiedenis tekent Isabella als godsdienstig, minzaam, goed ontwikkeld en aanminnig in haar verschijning.

De rol van Isabella

Het eerste kwartaal van de zeventiende eeuw is vol beroering van Godsdienststrijd. De Pausen Paulus V (1605-1621), Gregorius XV (1621-1623) en Urbanus VIII (1623-1644), vol bezorgheid de Christelijke eenheid te bewaren tegen de Turken, hadden veel redenen tot droefenis bij het zien van de handel en wandel van Europa, al wordt hun pontificaat gesierd door Heiligen als St. Theresa van Avila, St. Franciscus van Sales, St. Joseph van Calasanza, Philippus, Neri, Vincentius a Paulo en vele nieuwe religieuze organisaties. Cultureel zijn er figuren te onderkennen van groot formaat: Shakespeare in Engeland (1564-1616), Joost van den Vondel (1587-1678), Cervantes, bekend door zijn Don Quichotte (1547-1616), als dichter en schrijvers; Rubens, Reni en de drie Caracci als schilders. Galilëi en Keppler als natuurkundigen, Hugo de Groot als baanbreker voor gefundeerde rechtsordening o.a. omtrent de rechtsvraag inzake oorlogs- en vredesverhoudingen. Maar de landen voeren oorlog. Bij de dood van Hendrik III van Frankrijk (± 1589) heeft Philips II zijn dochter Isabella graag Koningin zien worden van het land, dat zich siert met de naam van 'Oudste Dochter van de Kerk'. Ferdinand II (1619-1637) van Duitsland, staat midden in de branding van de Godsdienstoorlogen. Elisabeth van Engeland (1533-1603) geeft leiding aan de Katholiek vijandige richting. Frederik Hendrik maakte naam als stedendwinger in de tachtigjarige oorlog.

Een benaming als 'Dertigjarige oorlog' (1618-1648) met vage herinneringen aan Gustaaf Adolf van Zweden en de Generalissimi Tilly en Wallenstein, doen de wreedheden van het oorlogsvoeren bedenken en bepeinzen in hetgeen de historie te weet is gekomen middels de politiek van de Franse kardinaal Richelieu. Zijn de eigen gewesten moeilijk te besturen, Isabella tracht ze krachtig te steunen, maar na zijn dood op 31 juli 1621 - waardoor ze zwaar getroffen is en tijdelijk een teruggetrokken gaat leven – zelf regerend, en de rust proberen te bewaken en toch deel te nemen aan de Godsdienstoorlogen tegen de Duitse protestanten en tegen de verprotestantste Verenigde Gewesten van Noord-Nederland. Bijzondere aandacht schenkt Isabella aan het godsdienstige en geestelijk leven van de Zuidelijke Nederlanden, voortdurend bedreigd door dwalingen, die opstanden en onrust bevorderden. Niet te verwonderen is het dus, dat - ondanks de Spaanse Troepenmacht – in niet of weinig beschermde streken de oude Schuttersbroederschappen gerenoveerd of nieuw worden opgericht, met het uitgesproken doel, het Allerheiligste Sacrament bij de plechtige Processie niet alleen te begeleiden maar ook daadwerkelijk bescherming te verzekeren.

Het land van de drie Rodes heeft van nabij de strijd kunnen volgen en aan lijf en goed ondervonden.

Boeren van Orsbach (bij Bocholtz) komen bijvoorbeeld op 23 september 1603 hun beklag in Aken doen, dat in de nacht vreemde soldaten inkwartiering bij hen gevorderd hebben. Een commando stadssoldaten wordt hun als geleide gegeven. Bij een treffen met vreemde krijgslieden, die tot het garnizoen van Maastricht blijken te behoren, blijven 4 man dood. Voor ieder van hen vordert de Gouverneur van Maastricht 1000 daalders. Bij niet-betaling zal het dorp Orsbach met vuur bedreigd of op andere wijze gestraft worden. Op 24 oktober worden de drie rijkste boeren en enkele andere burgers als gijzelaars naar Maastricht gebracht, om te wachten op bevrijding middels het gevorderde losgeld. Aken wordt in 1611 geteisterd door een grote opstand die de komende 20 jaar niet zonder gevolgen zal zijn. In 1641 zijn de Protestanten heer en meester in Aken.

Nabij Maastricht trekt de Spaanse Generaal-Veldmaarschalk Spinola een grote legermacht samen, samengesteld uit 2500 Spanjaarden, 800 Ieren, 3000 Duitsers, 9000 Walen en 700 Bourgondiërs. De uitrusting vermeldt onder andere 16 kanonnen, waarmee Aken belegerd wordt. Het beleg duurt kort en er trekken enige duizenden protestanten weg, terwijl er 600 worden uitgedreven. In Aken wordt een bezetting gelegd van 1200 man van het regiment Graaf van Emden. Ondanks verzoeken aan Isabella tijdens haar bezoek aan de Heiligdommen van Aken wordt de bezetting tot 1631 gehandhaafd. In 1617 heeft Isabella (volgens Dr. Gierlichs) 's Hertogenrode bezocht en bij die gelegenheid de (her)oprichting van de St. Sebastianus Schuttersbroederschap Kerkrade bevolen.

Dat zij waardering voor de Broederschap heeft mag worden aangenomen. Immers in 1621, op 18 april (andere bronnen vermelden deze datum in 1821) schenkt Isabella aan de St. Sebastianus Kerkrade een (nieuw) vaandel. In het geschiedkundig overzicht van de hand van Mgr. H.J. van der Mūhlen – erelid (1926 - 1967) van de Broederschapen en President van het Klein-Seminarie Rolduc en de heer L. Geilenkirchen, lid van de Broederschap (1919 - 1955) in een serie artikelen in 'De Zuid-Limburger' gegeven en hierna volgend (op een enkel onderdeel aangevuld) wordt een en ander uitgewerkt. Ter nadere toelichting dient er aandacht te zijn voor Dr. Gierlichs ook de schrijver van 'De Schuttersgilde en Schutterijen in Limburg', de heer J.A. Jolles die van oordeel is, dat Isabella niet een nieuwe schutterij heeft opgericht, maar is overgegaan tot een heroprichting (mogelijk reorganisatie) van het Schuttersgenootschap. Mogelijk is immers, dat er oudtijds in ’s Hertogenrade, waar het burgerlijk gezag zetelt voor heel de streek van de drie Rodes één Broederschap is, doch dat in 1617 de noodzakelijkheid van een tweede Schutterij-Broederschap sterk aangevoeld wordt.

Clara Isabella Eugenia heeft, hoe het ook zij, haar naam verbonden aan de eerbiedwaardig oude Broederschap 'St. Sebastianus' waarvan het oudste wapenschild aan de zilveren koningsvogel, afkomstig is van een der heren in het Rodaland, Johan De Spies, Heer te Ehrenstein-Kerkrade (1617).

De waardige vorstin – Isabella Clara Eugenia Infantien van Spanje, Hertogin Gouvernante van Brabant – overlijdt op 2 december 1633 te Brussel (http://nl.wikipedia.org vermeldt dit feit een dag eerder, op 1 december). Het jaar daarop dicht Joost van den Vondel, steeds wijzend op het Europees gevaar van Turkenmacht in tegenstelling tot hen, die liever Turks dan Paaps zijn:

De Christe Princen sitten vast
Malkanderen in het hair.
Gants Christenrijck geraeckt
in last en uiterste gevaer!

Functies

Koning

Tot Koning wordt uitgeroepen degene die het laatste stukje van de houten vogel afschiet. De Koning is bij officiële gelegenheden te herkennen als drager van de omvangrijke zilverschat, bestaande uit een zilveren vogel met daaraan 211 zilveren schilden van de koningen en de keizers vanaf 1617. Op het koningsschild staat tevens het familiewapen van de familie Spies afgebeeld. De koning heeft tevens de functie van voorzitter. Op de dag dat het koningsvogelschieten wordt gehouden wordt de Koning door de Broederschap aan zijn woning afgehaald. Pas daarna wordt de Keizer opgehaald.

Verplichtingen van de Koning zijn ondermeer:

  • op de patroonsfeestdag een zilveren koningsschild aan de zilveren vogel toe te voegen;
  • op de patroonsfeestdag aan de leden en ereleden een feestelijk diner aan te bieden;
  • op de patroonsfeestdag en op de dag dat het koningsvogelschieten wordt gehouden fluitist en tamboer teervrij te houden en hen ten zijne huize een ontbijt aan te bieden;
  • op de patroonsfeestdag en op de dag dat het koningsvogelschieten wordt gehouden bij het betreden van een lokaal, de 1e ronde drank voor zijn rekening te nemen.

Overzicht van koningen:

Keizer

Hij die 3-maal achtereen het laatste stukje van de houten vogel afschiet, wordt tot Keizer uitgeroepen. De plaats van de Keizer in de formatie van de Broederschap is direct achter de Koning en hij wordt geflankeerd door de 2 oudste in lidmaatschapsjaren zijnde leden. Op de dag dat het Koningsvogelschieten wordt gehouden haalt de voltallige Broederschap de Keizer aan zijn woonhuis af. In de eerste 387 jaar van het bestaan van de vereniging is slechts 22 maal naar de keizers-eer gedongen, waarbij maar 8 leden hun strijd bekroond zagen met deze hoge eer.

  • 8 1992 R.K.M. Schmitz (Raimond)[7]
  • 7 1977 H.J.M. Van de Weyer (Bert)
  • 6 1912 Jean Koullen, Kaiser zu Kirchrath
  • 5 1833 C.J. Beckers, Kaiser zu Kirchrath
  • 4 1813 Winandus Joseph Poyck, Kaiser zu Kirchrath
  • 3 1806 Johan Vaessen, Kaiser zu Kirchrath
  • 2 1662 Frantz Wilhelm von Spies
  • 1 1651 Henricus Poyck
Leider

Verder kent de vereniging sinds 1797 een leider (ook führer genoemd) die voorop loopt met een stok met puntige hellebaard in zijn hand en een gele, zijden sjerp die hij over een schouder draagt. In de eerste jaaren heeft het oudste lid van de vereniging het recht om leider te zijn. In 1970 is besloten dat als leider zal fungeren de 2e schuttersmeester, die als zodanig zijn functie op koningsvogelschieten verliest. Als de Broederschap in vol ornaat uittrekt wordt de stoet steeds geopend door de z.g. "Führer". Deze plaats in de Broederschap wordt gekenmerkt door de man met de puntige hellebaard in zijn hand en het zijden gele sjerp gekruist over zijn lichaam.

De eeuwen door, wordt de naam "Führer" gehandhaafd en ondanks de minder prettige gevoelswaarde dat dit woord vooral in en na de tweede Wereldoorlog krijgt, spreekt de huidige Broederschap nog steeds over de "der Führer" als een ander misschien de term Leider zou willen gebruiken. Deze naam komt onder andere voor op de eerste officiële ledenlijst, die dateert van 21 januari 1797 en staat in het "Legez-buch". Dat het een gezochte plaats is bewijst de aanhaling "de Führersplatz auf den meistbietenden angenommen". Degene die het meeste geld bood valt in die jaren deze eer te beurt. Na 1880 wordt de plaats gegund aan de nestors van de vereniging die het als een eer bleven beschouwen om deze plaats te kunnen bekleden. Dit laatste moge duidelijk blijken uit het feit dat het lid Leo Geilenkirchen in januari 1945 wegens gezondheidsredenen zijn plaats aan een ander afstaat, terwijl hij hetzelfde jaar met het vogelschieten weer vraagt of hij het nogmaals moag proberen de functie als Führer te mogen uitoefenen.

Hieronder volgen de namen van de Führers welke bekend zijn:

Op de vergadering van 26 april 1970 wordt betreffende de führer waarvan artikel 16 tot 1994 op dat moment luidt: "De leider wordt met algemene stemmen voor onbepaalde tijd uit de leden gekozen", met algemene stemmen de volgende wijziging aangebracht "Zolang niemand om de eer van leider gevraagd heeft, zal als zonodig fungeren de laatst afgetreden 2e schutter-meester". Tot dan wordt deze functie steeds door de nestor van de Broederschap vervuld. Gezien de gezondheidheidstoestand van deze nestor, secretaris Til Vandermühlen, kan dit niet gehandhaadd blijven. In huidige reglement (2007) staat in Artikel 19:

  1. De leider gaat steeds voorop bij de gelegenheden waarbij de Broederschap in formatie uittrekt en bepaalt in overleg met de Koning de te volgen route en het te volgen tijdschema.
  2. Zolang geen der andere leden om de eer van leider gevraagd heeft, fungeert als zodanig de laatst afgetreden 2e schuttersmeester.

Na het opzetten van de vogel op zaterdag 23 juni 1979 wordt kenbaar gemaakt dat er 2 leden zijn die willen bieden op het führerschap. De secretaris Til verzoekt de aandacht van de overige leden en bij opbod door de leden Theo Ruiters en Wim Engelen wordt door eerstgenoemde het Führerschap verworven (prijs ƒ 15,00 ) en hiermede wordt een traditie hersteld. De laatste keer dat dit plaats vindt is in 1855. Achteraf blijkt, dat diverse leden verrast zijn door de handelwijze en eigenlijk ook hadden mee willen bieden, maar voor ze het goed en wel beseften was de bieding al voorbij. Theo Ruiters is daarmee führer vanaf 1979 tot heden (anno 2016). Hij is lid sinds 1966. Bij het afhalen van de Keizer op zondag 20 juni 2004 wordt door koning Wil V. ten huize van de keizer de führer, Theo, gefeliciteerd met zijn 25-jarig führerschap.

We citeren:"1855 Mehlkop die führer-stelle sein lebenlang angenommen die (hij) selbe entricht (betaald) euch 9 Fr.(Fran¬ken)"

Enkele aanhalingen buiten de aanduiding op de ledenlijst of in het dodenregister als führer zijn:

  • 2 May 1810 Führer Flegel ad (=heeft) vertert 6 Rixdaeler 4 gulden.
  • 20 ten Jenner 1820 hat Heinrich Offermans von Kohlberg Brüder die Führers-platz auf den meistbietende angenommen Für die summe von 22 Francs welcke er heute 20t Jenner 1820 an di Bruderschaft bezahlt worüber ihm Quiting verliehen und in emphang genommen.
  • 21 ten Jänner 1821 ist der Führer H.J. Offermans zu zwei Schilling gestraft worden.
  • 1855 Mehlkop die Führer-stelle sein lebenlang angenommen die selbe (=hij) entricht (=betaald) euch 9 Fr.
  • 11 - 01 - 1855 wordt 33,44 Fr. uitgegeven: "an Restaurieren des Führers hellebarde.
  • 1878 Der Führerstok ubersilbert 5 Mark.
  • 1879 B.J. Reulen betaalt het derde deel van het inschrijfgeld als in-actief lid als Führer, daarna komt zijn naam ook niet meer voor in de bescheiden.
  • Op dezelfde wijze treedt Jos Sangen in 1900 toe. Hij is lid maar schiet niet mee bij het koningsvogelschieten.
  • Een post uit het jaar 1888 vermeldt: "An die Führerstock bezahlt in Mastricht 42,50 Fr. en nog von die Führersteck zu machen 2.50 Fr.

We zien dus in de loop der eeuwen weinig aanhalingen vermeld staan betreffende de Führer. Dit, gecombineerd met de betalingen voor deze plaats, wijzen duidelijk op een erefunctie die hier bekleed werd.

Artikel 18 van het reglement uit 1946 vermeldt de toepassing van de helle-baarden. In de laatste alinea staat beschreven: "Daarna wordt de zilveren vogel op de hellebaarden der na te noemen schuttermeesters geplaatst en door dezen gecontroleerd door telling der platen. Vervolgens neemt het schieten een aanvang".

Artikel 33 van het reglement (1946) heeft duidelijk de oude traditie vastgelegd, dat de Führer steeds voorop gaat. "Bij het verlaten van een lokaal gaat hij voorop terwijl bij het betreden van een lokaal hij zich ter linkerzijde van de ingang opstelt om als laatste de stoet te sluiten."

In Artikel 14 van het huidige reglement (2007) wordt de functie van leider genoemd. Dit artikel luidt: "De Broederschap kent de functies van Koning, Keizer, Leider (in vroegere jaren genaamd: führer"), Vaandrig en 1e & 2e Schuttersmeester."

Artikel 33 (2007) bepaalt de plaats van de leider in de formatie en luidt:

  1. De formatie van de Broederschap is steeds als volgt: "Voorop gaat de leider, gevolgd door tamboer en fluitist, vervolgens de vaandrig waarna de Koning, geflankeerd door de beide schuttersmeesters, met in zijn gevolg de overige leden in volgorde van de duur van hun lidmaatschap. Indien de Broederschap een Keizer heeft is zijn plaats in de formatie direct achter de Koning en wordt hij geflankeerd door de twee oudste in lidmaatschapsjaren zijnde leden."
  2. "Bij het betreden van een lokaal stellen zich leider en vaandrig ter linkerzijde en tamboer en fluitist ter rechterzijde voor het lokaal op en laten Koning, schuttersmeesters, Keizer en leden - in volgorde van formatie - passeren."
  3. "Bij het verlaten van een lokaal wordt door de tamboer, geflankeerd door de fluitist, buiten het lokaal geroffeld, waarna eerst de leider, daarna de vaandrig en vervolgens de koning met de schuttersmeesters en daarna de leden – in de volgorde van formatie – naar buiten komen."

Artikel 22 luidt:

  1. "De functies van leider, vaandrig en schuttersmeester zijn onverenigbaar met het koningsschap en het keizersschap."
  2. "Zolang de in functie zijnde vaandrig Koning is, wordt zijn functie vervuld door het laatste opgenomen lid."

Onwillekeurig doet deze traditie bij opstelling en marcheren denken aan een machtige verschijning met puntige hellebaard, die in woelige tijden zijn plicht doet.

Staaf van de führer: de Führer draagt een puntige hellebaard. Door professor Stassen van Rolduc is aan de Broederschap tijdens het koningsdiner in 1987 een hellebaard geschonken. Tegenwoordig wordt deze gebruikt door de Führer. Deze staaf is vrij zwaar. De voorheen gebruikte staaf, waarvan de punt is afgebroken, heeft de tegenwoordige führer Theo Ruiters in zijn bezit.

Vaandrig

Het laatst opgenomen lid van de Broederschap fungeert als vaandrig en is eveneens te kennen aan een gele sjerp die hij over een schouder draagt.

Schuttersmeesters

De vereniging kent verder de functies van 1e- en 2e schuttersmeester. Deze functies worden bekleed door de twee laatste ex-koningen. De schuttersmeesters flankeren de Koning bij officiële gelegenheden en dragen bij deze gelegenheid een stok met op de punt een gekarteld schild, waarin het beeld van Sebastianus is gegraveerd. Tevens dragen zij om de schouder een rode, zijden sjerp, ieder wijzend naar het hoofd van de Koning. De schuttersmeesters zijn tevens bestuurslid.

Bestuur

Het voltallige bestuur wordt gevormd door de Koning als voorzitter, een vaste secretaris en penningmeester, de Keizer en de beide schuttersmeesters.

Lidmaatschap

Als lid van het Schuttersbroederschap kan enkel en alleen hij toegelaten worden die de R.K. godsdienst belijdt en zijn 25e levensjaar bereikt heeft. Zo staat het vermeldt in de oude reglementen, die thans in licht gewijzigde vorm nog steeds worden gehandhaafd. De opname geschiedt door ballotage met rode en groene knikkers. Voor de opname van een nieuw lid is de toestemming vereist van alle leden. Deze ballotage vindt plaats op de dag van de patroonsfeestviering. De nieuwe leden krijgen pas stemrecht, nadat bij het koningsvogelschieten onder tromgeroffel door de vaandrig 3-maal over hen is gestreken, bij welke gelegenheid zij verplicht zijn aan vaandrig, fluitist en tamboer een fooi te presenteren.

Het lidmaatschap van St. Sebastianus is sterk gebonden aan tradities. Dat vele Kerkradenaren zich hiermede verbonden voelen, getuigt het feit, dat veel leden opvolgers zijn van vele generaties broederschapsleden. Verder kent het Broederschap ereleden. Deze ereleden worden gevormd door de deken van Kerkrade, president van Rolduc en de burgemeester van Kerkrade.

Overleden leden

Naamlijst van de overledenen der St. Sebastianus Broederschap te Kerkrade


Van 1636 tot 1737. Opgesteld door Drs. Louis Augustus.

In het oudste overlijdensregister der St. Lambertuskerk te Kerkrade, dat nu bewaard wordt in het Rijksarchief te Maastricht, staat achterin een lijst met de namen van de 188 overleden leden der St. Sebastianus Broederschap sinds het jaar 1636 tot 1737. De lijst opent met de naam van Balduin van Horpusch, die in 1614 abt van Rolduc wordt en op 18 december 1635 overleed. Hij schijnt dus wel het eerste overleden lid te zijn. Dan volgen de namen van de leden die in de daaropvolgende jaren overleden zijn. Een van hen is Johan Spies, Heer van Erenstein, die in 1638 overlijdt, zoals van elders bekend is. De sterfdata zijn niet opgelegd, slechts de namen worden vastgelegd. We kunnen ze ook niet meer achterhalen, want het eigenlijke oudste overlijdensregister van Kerkrade, dat de jaren 1614 tot 1654 omvat moet hebben, is verloren geraakt.

Op 13 april overlijdt de toenmalige pastoor van Kerkrade, Guilelmus van Dammerscheid. Zijn opvolger, Reinerus Winants, legt een nieuw register voor de huwelijken en de overlijdens aan. Als eerste overledene noteerde hij pastoor Dammerscheid. Achter in dit register schrijft hij opnieuw de namen van de tot april 1654 overleden leden van de schutterij, vermoedelijk neemt hij ze over van het oude register. Het zijn de abten van Balduin van Horpusch en Duckweiler, pastoor Dammerscheid en de heren Johan Spies van Ehrenstein en Hendrik van de Berg, genaamd Trips, en nog 45 andere personen. De daarop volgende namen zijn telkens apart of met enkel tegelijk ingeschreven, Met de komst van de nieuwe pastoor verandert ook het schrift der notities; de onderhavige lijst werd dus door de pastoor zelf bijgehouden, achtereenvolgens door Reinerus Winants van 1654 tot 1681 (met uitzondering van de namen der leden die in het jaar 1676 overlijden), dan door Melchior Trumpener van 1682 tot 1701 – hij gebruikt af en toe het gotische duitse schrift -, tenslotte door pastoor Petrus Josefus Delcheur van 1702 tot 1737. Delcheur overlijdt op 14 maart 1738.

Ofschoon in het register nog plaats is, hebben de volgende pastoors geen namen meer bijgeschreven. Misschien wordt er een apart boek voor aangelegd, dat daarna is zoekgeraakt. Hier rijst de vraag of dit niet het boek is geweest waarin de namen van de overleden leden staan, die telkenjare op St. Sebastianus onder de H. Mis werden voorgelezen. Dit boek is omstreeks 1908 vermoedelijk verbrand. De lijst wordt hier in zijn geheel gepubliceerd volgens de oorspronkelijke tekst. De gegevens, welke tussen haakjes erbij gevoegd zijn zoals de sterfdata, stammen grotendeels uit het Kerkraadse overlijdensregister, dat loopt van 1654 tot 1714. Helaas is het daarop volgende register (17141754) weer verloren gegaan, zodat de laatste sterfdata niet volledig zijn. Staat er achter een naam geen datum van overlijden, dan komt die persoon niet voor in het desbetreffende register. Enkele uitvoerige toelichtingen zijn achter de lijst geplaatst.

Wanneer we het begin van deze oude dodenlijst bekijken, valt op dat slechts 3 abten van Rolduc erop voorkomen: namelijk van Balduin van Horpusch ±1635, Duckweiler ± 1650, Lamberti ± 1664 wiens naam naderhand bij dit begin is ingelast. Ofschoon de lijst tot 1737 zorgvuldig is bijgehouden, staan hun opvolgers er niet meer bij. De abten Amezage ±1666, van der Steghe ±1682, Bock ±[1712]] en Heyendal ±1733 zijn blijkbaar niet als lid van de Broederschap beschouwd. Datzelfde geldt voor de 4 laatste abten van Rolduc, zoals ook een notitie van abt Haghen in het dagboek der abdij in 1769 aanduidt. Eveneens wordt van de Kerkraadse pastoors alleen Dammerscheid als overleden lid genoteerd, niet zijn opvolgers Winants en Trumpener.

Van de andere kant zijn wel de opvolgende heren van Erenstein een eminent lid van de Broederschap geweest, zoals hun koningsschilden bewijzen. Het zijn Johan, Wilhelm en Francicus Wilhelm Spies von Büllesheim (in de lijst “von Speiß” genoemd), die dan het tegenwoordige kasteel-restaurant Erenstein bewonen. Daarentegen is de adellijke familie die ‘s-Herenanstel (het tegenwoordige Stift) bewoonde, namelijk van Berghe, genaamd Trips, slechts door één lid in de Broederschap vertegenwoordigd, door Hendrik die in 1651 overlijdt. Vergelijkt men de lijst der Schutterskoningen met de dodenlijst, dan ontbreken enkele namen van koningen in de laatste lijst, namelijk Neis van Capel, Herman Fenken, Goswinus Mathey, Hubertus Savelsbergh. Vermoedelijk zijn zij geen lid van de schutterij gebleven en dus niet als overleden lid op de gedenkwaardige lijst geplaatst.

Nomina defunctorum ex confraternitate S. Sebastiani ab anno 1636. Vor diese abgestorbene zu bitten.

Van 1737 tot 1900

In het stokregister van de St. Lambertuskerk staat op blad-zijde 168 de St.Sebastianus Bruderschaft: Namen der overledene Schutten van de St. Sebastianus Schuttengezelschap vanaf het jaar 1636. Op de dag van St. Sebastianus in de voor de overledene gestichte mis af te lezen Stichting blad 31. Deze stichting is bij het aanleggen van het stokregister in 1859 ingeschreven. De stichting is gefundeerd in 1838. Waaruit de namen in het stokregister zijn overgenomen is niet te zeggen. De naamlijst geeft achtereenvolgens de eerste 25 namen uit de eerste naamlijst zoals deze voorkomt in het oudste overlijdensregister. Vervolgens komen 6 namen waarvan de eerste 4 ook voorkomen op gespreide plaatsen in de eerste naamlijst. Hierna staat een notitie van Kapelaan Frank uit 1899 namelijk: Von anfang 1800 und später. Nu volgen 55 namen.

Op 15 januari 1899 schreef Kapelaan frank een artikel in “Christliche Familie”. In dit artikel vermeldt hij achtereenvolgens de namen 1 t/m 9 en 26 t/m 31 en de resterende 55 namen uit de 18e eeuw. Na 1899 worden nog 51 namen ingeschreven. Deze 51 namen zijn ingeschreven in 3 kolommen van respectievelijk 16–16–19 namen. De 32 namen uit de 2 eerste kolommen zijn namen van leden die in de 19e eeuw zijn overleden. (1800-1900) Deze namen staan niet in een regelmatige volgorde van overlijden. De 3e kolom geeft in volgorde de namen van de overledenen van 1900 t/m 1917. In het stokregister zijn vermoedelijk na 1899 ook de namen opgetekend van de diverse Pfarrer und Dechant van 1681-1908. Deze namen staan niet vermeld in het artikel van Kapelaan Frank zodat deze dus later zullen zijn bijgeschreven, tegelijk met de andere namen die ná 1899 zijn ingeschreven.

Van 1900 tot 2000

De St. Lambertuskerk bezat in vroeger jaren een boekje waarin de namen van de overleden leden stonden in opgetekend. Op St. Sebastianusdag werden de namen voorgelezen in de H. Mis. Na het overlijden van Deken Deutz is dit boekje vermoedelijk verbrand. Het is mogelijk dat Kapelaan Frank dit boekje nog heeft geraadpleegd bij het overnemen van de 51 namen, die na 1899 in het stokregister zijn bijgeschreven. Vast staat dat Kapelaan Frank deze namen "ergens" vandaan heeft gehaald moet hebben. Deze gegevens zijn niet afkomstig geweest van de oude bescheiden van de St. Sebastianus Broederschap en wel om de navolgende redenen. Bij de namen die staan ingeschreven in het oude stokregister staan 16 namen die niet in de oude bescheiden van de Broederschap voorkomen. Omgekeerd staan er in de oude bescheiden 7 namen vermeld met data van overlijden die niet voorkomen in het stokregister. Waren de oude bescheiden van de Broederschap geraadpleegd zo zouden deze namen ongetwijfeld ook in het stokregister zijn overgenomen omdat deze namen voorkomen op de oudste ledenlijst die de Broederschap bezit en voor komt in het “Legezbuch” (kasboek daterend van 1792).

In 1925 werd aan Deken Frank (1925-1938) een in zwart leer gebonden boek aangeboden waarin de namen van de overledenen weer opgetekend waren. Van de namen van 1636-1737 kwamen er slechts 27 in voor. De schrijfwijze van de namen en de vele data van overlijden waren niet juist. Zeven namen waren tweemaal vermeld. In de lijst die in 1925 werd ingeschreven waren ook de pastoor-dekens van 1681-1908 ten onrechte opgenomen omdat zoals we reeds eerder zagen in de oudste naamlijst van 1636-1737 verschillende pastoors, dekens ook niet voorkwamen. De lijst was zo onvolledig, dat deze uit het leren boek is verwijderd. De verwijderde bladeren bevinden zich in het archief van de schutterij. De lijst welke momenteel wordt gehanteerd wordt en in het boek staat dateert van januari 1967 en is conform de gegevens die uit de diverse vermelde bronnen is geput.

Verenigingslokalen

Karakteristieken

Koningsschat

Nederlands grootste en rijkste koningsschat bevindt zich bij St. Sebastianus-Schuttersbroederschap Kerkrade 1617. In het jaar 1798 worden diverse zilveren schilden omgesmolten tot een zilveren vogel. Het voornemen om alsnog de namen van de omgesmolten schilden op een groot schild te zetten, is vooralsnog nog niet gerealiseerd. Wel zijn in de archieven de namen bewaard gebleven. De reden van de eerdere omsmelting is niet bekend.

Iedere koning of Keizer is verplicht een zilveren schild met zijn naam en het jaar van zijn koningsschap of keizerschap aan ene zijde en de beeltenis van St. Sebastianus aan de andere zijde, aan de Broederschap te schenken en dat vervolgens aan de koningsvogel wordt gehangen.

Eind mei 2013 wordt de schat, opgeslagen in de kluis van de Rabobank, door medewerkers voor afval aangezien en meegegeven aan de afvalophaaldienst RD4. De 200 schildjes worden echter niet als afval verwerkt maar door de twee RD4 medewerkers, Frans S. (1969 - 0000) en John R. (1963 - 0000), verborgen, met de bedoeling ze later te verkopen. Die verkoop wordt door de politie verhinderd. Begin februari 2014 wordt het koningszilver door de politie teruggegeven aan de vereniging. In 2017 wordt het duo op 6 februari een taakstraf opgelegd van 150 uur[8]. Eerder al, zijn zij hun baan kwijt geraakt bij RD4 en hebben zij de onderoekskosten die RD4 gemaakt heeft, vergoed.

Vogelschieten

Het koningsvogelschieten wordt in vroegere jaren steeds gehouden op kermismaandag. In 1969 wordt na een algemeen genomen besluit, het schieten verplaatst naar kermiszondag. Dit in verband met het feit, dat de meeste mensen op maandag werkverplichtingen hebben en het moeilijk is de muzikale begeleiding van harmonieën kompleet te krijgen.

Tot 1925 wordt met een buks met loden kogels op een schijf geschoten. Daarna wordt de kruisboog in gebruik genomen, die thans nog steeds in gebruik is. Voor de toeschouwers is dit schieten een lust voor het oog, daar men de afgeschoten pijlen kan blijven volgen. In afwijking tot vele andere kruisboogschutterijen, die één voor één op de houten vogel schieten, wordt bij deze 'oude schutserij' door elkaar geschoten, telkens in ronden van 10 minuten.

De taaiheid van de houten vogel bepaalt het aantal ronden. Van te voren is dit niet vast te stellen. Het komt vaker voor, dat er een kleine splinter hout blijft hangen waar een voltreffer voor nodig is om dit laatste restje naar beneden te halen. Voor een schutter is het een bijzonder gevoel als zijn afgeschoten pijl de vogel of de rest hiervan uit zijn 26 meter hoge nest schiet. Dit kunnen vele Koningen beamen. Teleurstellingen overheersen op zo'n moment bij die schutters, die reeds jaren mee schieten voor de koningseer, maar steeds dit laatste stukje missen.

Vlag

De trots van iedere vereniging is het vaandel. Het eerste vaandel ontvangt de vereniging in 1621 op 18 april van de stichteres. De Broederschap hecht hieraan een grote waarde. In de oude archieven is te lezen, dat er in 1768 uitgaven zijn gedaan voor die vlag. Tevens wordt er gesproken van het 4e vaandel. Momenteel bezit de Broederschap nog 3 vaandels en wel van 1855; 1903 en 1959. In 1959 wordt tevens besloten over te gaan tot de aanschaf van wimpels voor aan de woonhuizen van de leden. Bij de viering van het 375-jarig bestaan blijkt het vaandel, gemaakt van zijde, ernstig aan slijtage onderhevig te zijn. In 1995 wordt een nieuw vaandel, identiek aan het versleten vaandel, in gebruik genomen. Ook wordt in het jaar 1999 besloten om nieuwe wimpels te laten maken identiek aan het huidige vaandel. Van de oude wimpels zijn op dat moment geen meer voorradig.

Legezbuch

Het Legezbuch van 21 januari 1794 tot 1922 - is het oudste schriftelijk bescheiden, dat de Broederschap in haar bezit heeft. Oorspronkelijk bedoeld als kasboek, is het op sommige plaatsen tevens uitgegroeid tot notulenboek. Mede aan de hand van dit boek heeft men een groot gedeelte van de geschiedenis van de Broederschap kunnen samenstellen. Van 1948 tot 1952 is door secretaris Til Vandermühlen een studie gemaakt van alle bescheiden en bezittingen van de Broederschap. Dankzij de schriftelijke vastlegging, ook in de voorbije eeuwen, en een studie naar de historie van de St. Sebastianus Schuttersbroederschap door onder meer Mgr. H. van der Muhlen, Leonard Geilenkirchen en Drs Augustus, Louis is het mogelijk gebleken dit in boekvorm uit te geven en wel bij gelegenheid van het 350-jarig bestaan van de Broederschap in januari 1967 onder de naam Uit Kerkrade's Verleden. Dit "Legezbuch" is, samen met andere kostbare bescheiden, ondermeer het Statutenboek uit 1859[9] en het Koningszilver in mei 2013 verdwenen uit de kluis van de Rabobank te Kerkrade. In het archief is een kopie van dit " Legezbuch " teruggevonden. De aantekingen in dit boek zijn gedaan door Til Vandermuhlen. Het is een groen boek en de eerste bladzijde begint met het jaartal 1798.

Beeld van St. Sebastianus

De Broederschap is in het bezit van een beeld van de patroonheilige St. Sebastianus, dat is ondergebracht in de St. Lambertuskerk te Kerkrade. Dit kostbare kunstwerk betreft de heilige St. Sebastianus met lendendoek. Het beeld staat tot 1890 boven het zijaltaar in voornoemde kerk. Volgens de toenmalige deken Deutz is dit beeld te karig gekleed en wordt het door hem uit de kerk verwijderd. In 1954 wordt het beeld weer teruggebracht naar de kerk. Tussentijds wordt het beeld vervangen door een beeld vervaardigd door beeldhouwer W. Schmitz uit Aken. Dit beeld draagt een officiers uniform.

Betreffende de patroonheilige St. Sebastianus het volgende: zijn levensverhaal noemt hem officier bij de keizerlijke lijfgarde van Diocletianus (284-288). Zijn ambt maakt hij dienstbaar aan het weldoen van behoeftigen en het steunen van de christenen, vooral aan gevangenen. Op keizerlijk bevel wordt hij daarom naakt vastgebonden aan een boom en door soldaten met pijlen beschoten. Hem dood wanend gaan deze weg van de plaats van de marteling. Door de goede zorgen van de vrome weduwe Irene komt hij weer op krachten. Hersteld, treedt hij voor de Keizer en wijst hem op het onrecht dat deze de christenen aandoet. Uiterst vertoornd laat de Keizer hem dood geselen op 20 januari van het jaar 288[10].

Verder

Trivia

  • Van 1833 tot 1854 telt de Broederschap 2 keizers, die beide hun waardigheid behouden. Een en ander blijkt niet alleen uit de dodenlijst, waarin beiden als keizer staan ingeschreven maar ook uit het Legezbuch waar op 20 januari 1838 staat vermeld: Wir Kaisern Casp. Beckers und W. Poyck haben uns beschlossen wegen der Gesellschaft zu Kirchraed. So bleibt nog in cassa hundert sechs Rixdaler sechs Guld. Het betreft hier een kascontrole, die vroeger steeds op St. Sebastianusdag plaatsvindt en tegenwoordig verricht wordt vóór de jaarvergadering op de laatste zondag van April.
  • In 1925 trekt de Broederschap de laatste maal naar de eeuwenoude schietplaats der Broch genaamd. Vanaf die tijd schiet de Broederschap in de weiden van de familie Lanckohr aan de Herenanstelerweg.
  • Op 9 mei 2015 is de "Bescherming van het H. Sacrament door Schuttersbroederschap 'St. Sebastianus' Kerkrade" geplaatst op de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed in Nederland[11].

Referenties

Indien de bron van (delen van) bovenstaande informatie bekend is, is dit hier beneden vermeld.